ECLI:NL:RBNHO:2022:11358

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 december 2022
Publicatiedatum
19 december 2022
Zaaknummer
9953898
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 6:44 BWArt. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 RvArt. 3.5 Landelijk procesreglement rolzaken kanton
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing abonnementskosten en toewijzing toestelkrediet in telecommunicatieovereenkomst

De zaak betreft een vordering van T-Mobile Netherlands B.V. tegen een consument voor betaling van openstaande abonnementskosten en een toestelkrediet voor een Samsung-tablet. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek werd verleend.

De kantonrechter oordeelt dat T-Mobile onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten zoals voorgeschreven in artikel 6:230l BW. Hierdoor wordt het deel van de vordering dat ziet op abonnementskosten afgewezen. De eisende partij mocht haar vordering niet nader toelichten.

Voor het toestelkrediet is vastgesteld dat de overeenkomst rechtsgeldig is en dat sprake is van een zacht krediet zonder rente of extra kosten. De kantonrechter wijst betaling van de resterende termijnen van het toestelkrediet toe, verminderd met reeds betaalde bedragen, en veroordeelt de gedaagde tot betaling van wettelijke rente en proceskosten. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen omdat deze al voldaan zijn.

Uitkomst: De vordering tot betaling van het toestelkrediet wordt toegewezen, de vordering tot betaling van abonnementskosten wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9953898 \ CV EXPL 22-3695
Uitspraakdatum: 14 december 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
T-Mobile Netherlands B.V.
gevestigd te 's-Gravenhage
de eisende partij
gemachtigde: Flanderijn gerechtsdeurwaarders
tegen
[eiser]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij heeft gevorderd de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van
€ 246,12, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (nog openstaande) hoofdsom vanaf 10 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
2.1. 2.2.
2.2. De eisende partij stelt dat zij op 12 oktober 2020 in een van haar winkels met de gedaagde partij een overeenkomst met betrekking tot data- en/of telecommunicatiediensten (hierna ook: het abonnement) en een kredietovereenkomst voor de aanschaf van een Samsung Galaxy Tab A 2019 10.1 32GB Zwart heeft gesloten. De eisende partij heeft de overeenkomst wegens wanbetaling op 9 juni 2020 ontbonden. De eisende partij vordert nakoming van de overeenkomsten voor zover de gedaagde partij daarin tekort is geschoten en schadevergoeding wegens de ontbinding daarvan.
(Pre)contractuele informatieplichten ten aanzien van de abonnementskosten
2.3.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is binnen de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit ter bescherming van de consument. De handelaar moet gemotiveerd stellen en onderbouwen dat aan deze plichten is voldaan. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.4.
De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De eisende partij heeft immers nagelaten concreet aan te geven welke informatie op welke wijze aan de gedaagde partij is verstrekt, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230l BW bedoelde essentiële informatie is verstrekt. De enkele opsomming van de in artikel 6:230l BW genoemde subonderdelen volstaat niet.
Wat is hiervan het gevolg?
2.5.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.
2.6.
De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt het deel van de vordering dat ziet op de abonnementskosten afgewezen. Het gaat hierbij zowel om de openstaande abonnementstermijnen (
€ 19,52) als de (schade)vergoeding voor de resterende abonnementstermijnen wegens de voortijdige ontbinding van de overeenkomst
(€ 149,51) en de kosten voor het bellen buiten de bundel (
€ 0.25).
2.7.
Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen.
Openstaand bedrag toestelkredietovereenkomst
2.8.
Verder vordert de eisende partij betaling van
€ 31,29aan niet betaalde toesteltermijnen en
€ 128,61aan resterende termijnen van het toestelkrediet.
2.9.
De Hoge Raad heeft in de arresten van 13 juni 2014 (ECLI:NL:HR:2014:1385) en 12 februari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:236) – kort gezegd – het volgende beslist. In een overeenkomst vergelijkbaar met de onderhavige moet, ter bescherming van het belang van de koper, duidelijk zijn wat de koopprijs van de door hem gekochte zaak is, en daarmee wat de omvang is van de door hem verschuldigde termijnen, voor zover die daarop betrekking hebben. Die prijs moet in de overeenkomst afzonderlijk zijn bepaald. Aan die eis is in dit geval voldaan. In de overeenkomst staat namelijk dat het totaalbedrag voor het toestel € 192,00 bedraagt en dat dit bedrag wordt afgelost in 24 maandelijkse termijnen van € 8,00. Gelet daarop is de kantonrechter van oordeel dat de onderhavige toestelkredietovereenkomst rechtsgeldig is.
2.10.
Voorts is niet gebleken dat de eisende partij andere kosten en/of rente over de toestelprijs in rekening heeft gebracht, zodat sprake is van een zogenoemd zacht krediet. De wettelijke bepalingen over consumentenkrediet overeenkomsten missen derhalve toepassing. De (resterende) termijnen die zien op de toestelovereenkomst zijn dan ook toewijsbaar.
Wat is toewijsbaar?
2.11.
Gelet op het voorgaande ligt thans voor toewijzing gereed een bedrag van
€ 159,90(€ 31,29 + € 128,61) aan hoofdsom.
2.12.
De buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van € 40,00. De gedaagde partij heeft tweemaal een bedrag van € 61,53 (in totaal € 123,06) voldaan. Deze deelbetalingen strekken, gelet op het bepaalde in artikel 6:44 BW Pro en wat hiervoor is overwogen, eerst in mindering op de buitengerechtelijke kosten.
De buitengerechtelijke incassokosten over de hoofdsom zijn dus in elk geval op 24 september 2021 al voldaan. De huidige vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten wordt daarom afgewezen.
2.13.
Na aftrek van de buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 resteert van de deelbetalingen van in totaal € 123,06 nog € 83,06 voor de betaling van de hoofdsom. Dit bedrag komt in mindering op de thans toewijsbare hoofdsom van € 159,90, zodat nu nog kan worden toegewezen een bedrag van
€ 76,84aan hoofdsom.
2.14.
De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
2.15.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 76,84, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 juni 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 107,22 wegens dagvaardingskosten,
€ 128,00 wegens griffierecht en
€ 37,00 wegens salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter