De zaak betreft een ontslag op staande voet van een werknemer, werkzaam als jeugdtrainer bij een amateurvoetbalvereniging, wegens vermeende overtreding van het protocol 'Omgang met minderjarigen'. De werkgever stelt dat de werknemer zijn machtspositie heeft misbruikt en ongewenst gedrag heeft vertoond richting minderjarige spelers.
De werknemer betwist de dringende reden en stelt dat het ontslag niet onverwijld is gegeven. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag tijdig is gegeven, gezien het onderzoek en de binnengekomen meldingen, en dat de werkgever voldoende voortvarend heeft gehandeld. Echter, op basis van de overgelegde e-mails en WhatsApp-berichten kan nog niet worden vastgesteld dat de dringende reden voldoende is bewezen.
Daarom krijgt de werkgever een bewijsopdracht om de overtreding van het protocol aan te tonen. Voorlopig wordt de werkgever veroordeeld tot doorbetaling van het loon minus de onkostenvergoeding, met een gematigde wettelijke verhoging en rente. De verdere beslissing wordt aangehouden tot bewijslevering is afgerond.