Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2022 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- In de aangifte staat bij de resultaatsberekening onder “Financiële baten en lasten” bij “waardeverandering van vorderingen” een bedrag van - € 341.224.
- Volgens de aangifte bedraagt de fiscale winst - € 188.056.
- Op de balans in de aangifte gaat het bedrag van “overige vorderingen” van € 434.062 aan het begin van het boekjaar naar € 229.344 aan het eind van het boekjaar (een afname van € 204.718). In de aangifte staat ook dat de vordering op de aandeelhouder aan het eind van het boekjaar € 200.000 bedroeg.
- Op de balans in de aangifte zijn de “effecten” € 455 aan het begin van het boekjaar
- In de jaarrekening van eiseres staat bij de resultaatsberekening bij “waardeverandering van vorderingen die tot vaste activa horen en van effecten” een bedrag van - € 341.224.
- Volgens de jaarrekening bedraagt het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen - € 188.056.
- Op de balans in de jaarrekening gaat het bedrag van “overige vorderingen en overlopende activa” van € 434.062 aan het begin van het boekjaar naar € 229.344 aan het eind van het boekjaar (een afname van € 204.718). Er staat niets over een vordering op de aandeelhouder.
- Op de balans in de jaarrekening zijn de “effecten” € 455 aan het begin van het boekjaar en € 0 aan het eind van het boekjaar.
Schuldeiser [eiseres] aan Schuldenaar [ [naam 1] ] geld verschaft voor opbouw van financiële middelen ten behoeve van Schuldeiser [eiseres] (de “Financiering”). Schuldenaar [ [naam 1] ] brengt de opbrengsten uit de Financiering in bij door Schuldenaar [ [naam 1] ] gehouden beleggingsrekeningen (de “Beleggingsrekeningen”).
Schuldeiser [eiseres] verplicht zich binnen uiterlijk 20 jaar de Financiering terug te betalen, vermeerderd, dan wel verminderd, met de resultaten van de Beleggingsrekeningen.
[…]
1. Schuldenaar [ [naam 1] ] verstrekt aan Schuldeiser [eiseres] de Financiering. Schuldeiser en Schuldenaar komen overeen dat de hoogte van de Financiering in onderling overleg van tijd tot tijd kan verschillen.
“De ondergetekenden […] nemen in aanmerking dat:Schuldeiser [eiseres] aan Schuldenaar [ [naam 1] ] geld verschaft voor opbouw van financiële middelen ten behoeve van Schuldeiser [eiseres] (de “Financiering”). Schuldenaar [ [naam 1] ] brengt de opbrengsten uit de Financiering in bij door Schuldenaar [ [naam 1] ] gehouden beleggingsrekeningen (de “Beleggingsrekeningen”).Schuldenaar [ [naam 1] ] verplicht zich binnen uiterlijk 20 jaar de Financiering terug te betalen, vermeerderd, dan wel verminderd, met de resultaten van de Beleggingsrekeningen.[…]
Schuldeiser[eiseres] verstrekt aan
Schuldenaar[ [naam 1] ] de Financiering. Schuldeiser en Schuldenaar komen overeen dat de hoogte van de Financiering in onderling overleg van tijd tot tijd kan verschillen.
5. De vergoeding die de
Schuldenaar[ [naam 1] ] betaalt aan de
Schuldeiser[eiseres] voor de beschikbaarstelling van de Financiering is volledig afhankelijk van het resultaat van de Beleggingsrekeningen. De bedoeling van partijen is dat
Schuldeiser[eiseres] de volledige economische eigendom van de positieve en negatieve vruchten van Beleggingsrekeningen bezit.”
(- € 188.056 + € 341.244 = € 153.168 belastbare winst/belastbaar bedrag). Daarbij is een verzuimboete van € 2.757 opgelegd en een bedrag van € 1.379 aan belastingrente in rekening gebracht.
- Een ING-rekening van [naam 1] naar de ING-rekening met het nummer [#] ,
- De ING-rekening met het nummer [#] naar een ABN AMRO-rekening onder de naam [naam 6]
- De ING-rekening met het nummer [#] naar een ABN AMRO-rekening onder de naam [naam 7] .
”3.9 […] Tot 31 juli 2018 is er een bedrag van € 412.222 op deze wijze overgemaakt en belegd. [Eiseres] heeft een vordering ter hoogte van dit bedrag opgenomen als vordering op de aandeelhouder per begin boekjaar 2018. […] gedurende het boekjaar 2018 wordt er EUR 129.471 op dezelfde wijze overgemaakt en belegd. Een uitdraai van de door de verschillende banken aangeleverde afschriften van de overboekingen gedurende boekjaar 2018 is bijgevoegd als
Productie 17.
[…]
3.15 […] de waarde per eind boekjaar 2018 van de beleggingen van [eiseres bedroeg] nog slechts een bedrag van EUR 200.469. Daar deze waarde aan het begin van het boekjaar EUR 412.222 bedroeg, en er gedurende het boekjaar nog EUR 129.471 is geïnvesteerd, bedroeg het verlies in het boekjaar 2018 per saldo aldus EUR 341.224.
[…]
7.18 [… Eiseres] heeft namelijk callopties op het aandeel [bedrijf] N.V. gekocht. De waarde van de onderliggende aandelen is vlak voor het moment dat de callopties verliepen sterk verminderd. Hierdoor heeft [eiseres] in boekjaar 2018 een verlies geleden van EUR 625.686,54. [Eiseres] heeft echter ook een aantal goede beleggingen gedaan, waardoor er per saldo slechts een waardevermindering van EUR 341.224 heeft plaatsgevonden. Ter onderbouwing overlegt [eiseres] een uitdraai van de waardevermindering van in totaal EUR 625.686,54 als
Productie 18.”
Bij het aannemelijk maken dat het verlies van € 341.224 geleden is, hoort in dit geval ook dat eiseres aannemelijk maakt dat er
in totaalop die beleggingsrekeningen een verlies van € 341.224 geleden is. Verweerder zou niet eens in staat zijn om te becijferen dat het totale verlies minder groot is, omdat hij niet over de benodigde gegevens beschikt. Eiseres heeft immers nog steeds niet het overzicht van alle drie de beleggingsrekeningen gegeven; het is niet eens bekend om welke rekeningen het precies gaat. Eiseres is dus ook de meest gerede partij om aannemelijk te maken dat er een verlies ter grootte van € 341.224 geleden is (ad 1).
- Het startsaldo van de diverse beleggingsrekeningen samen bedraagt aan het begin van het boekjaar per 1 augustus 2018 volgens eiseres € 412.222. Van dit startbedrag is geen enkele vorm van onderbouwing of bewijs aangeleverd.
- Het startsaldo per 1 augustus 2018 rijmt niet met de stand van de vorderingen per 1 augustus 2018 zoals in het jaarverslag en de aangifte van eiseres is opgenomen (die stand bedraagt namelijk € 434.062). De advocaat heeft hierover verklaard dat er ook een rekening courant is of dat er een loonbetaling verrekend kan zijn, maar ook daarvan en van het bedrag dat daarmee gemoeid gaat, is geen enkele onderbouwing gegeven.
- De stortingen op de beleggingsrekeningen in de loop van het boekjaar bedragen volgens eiseres € 129.471. Een overgeschreven bedrag van € 129.471 is weliswaar af te leiden uit het overzicht in bijlage 17, maar dat is geen compleet overzicht van alle beleggingsrekeningen (er zijn immers rekeningen van ING, van De Giro en van Bux door eiseres voor de beleggingen gebruikt). Daarom kan niet worden vastgesteld of een sluitend overzicht van alle stortingen is gegeven.
- Aan het eind van het boekjaar op 31 juli 2019 bedraagt de waarde van de beleggingen volgens eiseres nog € 200.469. Van dit eindbedrag is geen enkele vorm van onderbouwing of bewijs aangeleverd.
- Het eindsaldo per 31 juli 2019 rijmt niet met de stand van de vorderingen per 31 juli 2019 zoals in het jaarverslag en de aangifte van eiseres is opgenomen (die stand bedraagt namelijk € 229.344). De advocaat heeft hierover verklaard dat er ook een rekening courant is of dat er een loonbetaling verrekend kan zijn, maar ook daarvan en van het bedrag dat daarmee gemoeid gaat, is geen enkele onderbouwing gegeven.
- Het verschil tussen het niet onderbouwde begin- en eindsaldo vermeerderd met de niet sluitend onderbouwde stortingen, bedraagt weliswaar - € 341.224, maar ook van dit bedrag op zichzelf is geen sluitende onderbouwing gegeven. Er is een overzicht van een groot verlies van € 625.686,54 op [bedrijf] -beleggingen gegeven, maar de connectie met een van de beleggingsrekeningen van [naam 1] ontbreekt. Verder zou daar dan ook nog een positief beleggingsresultaat van € 284.462,54 tegenover staan, maar van dat bedrag is geen enkele vorm van onderbouwing of bewijs aangeleverd.
van € 341.224 sluitend onderbouwd kon worden, aangezien daar meerdere malen en ook duidelijk genoeg naar gevraagd is. Dat dit heel veel gegevens zouden zijn of dat het lastig is om berekeningen te maken in verband met het gebroken boekjaar, is geen goede reden om de gegevens niet te geven. Bovendien blijkt uit de stukken ook helemaal niet dat eiseres bij verweerder melding heeft gemaakt van deze problemen. [naam 1] is afgestudeerd bedrijfseconoom en voor iemand met een dergelijke opleiding zou het mogelijk moeten zijn om in elk geval een veel betere onderbouwing te geven dan nu is gedaan.
van € 341.224 is geleden. Ook een afwaardering van een vermogensbestanddeel in die grootte is dus niet aannemelijk, aangezien dit uit dezelfde grondslag, namelijk het waardeverloop van de beleggingen, zou voortspruiten. Daarmee kan in het midden blijven of een eventueel verlies voor rekening van eiseres was en of het fiscaal in mindering op de winst kon komen.
Proceskosten
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor wat betreft de opgelegde verzuimboete;
- vermindert de boete tot nihil en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres voor een bedrag van € 1.297, en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360 aan eiseres te vergoeden.