Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 mei 2022 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Hoorn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil3.In geschil is of de naheffingsaanslag, de beschikkingen inzake belastingrente en de (resterende) verzuimboeten naar de juiste bedragen zijn vastgesteld.
- Ten aanzien van [naam 7] en [naam 5] doet niet ter zake of eiseres een pleitbaar standpunt heeft, omdat de door eiseres bepleite vermindering van de naheffingsaanslag in zoverre slechts betrekking heeft op de jaren 2014 en 2015 en de boeten voor die jaren reeds zijn vernietigd.
- Over de feiten die eiseres ten grondslag heeft gelegd aan de door haar bepleite vermindering ten aanzien van [naam 6] en [naam 8] bestaat tussen partijen geen verschil van inzicht, zodat eiseres in ieder geval in zoverre een pleitbaar standpunt heeft. De door eiseres bepleite vermindering voor [naam 6] heeft voor € 3.170 betrekking op 2016 en voor € 4.234 op 2017. De door haar bepleite vermindering voor [naam 8] heeft voor € 496 betrekking op 2016.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover het betrekking heeft op de voor de jaren 2016 en 2017 opgelegde verzuimboeten en ongegrond voor het overige;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, doch uitsluitend voor zover die betrekking heeft op de voor de jaren 2016 en 2017 opgelegde verzuimboeten;
- vermindert de voor de jaren 2016 en 2017 opgelegde verzuimboeten tot respectievelijk € 3.134 en € 3.619;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 569,25; en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360 aan eiseres te vergoeden.