Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2022 in de zaak tussen
[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres
de Belastingdienst/Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil9.In geschil is of verweerder de voorschotten kinderopvangtoeslagen voor de jaren 2019 en 2020 terecht heeft herzien naar € 0. Voorts is in geschil of sprake is van opgewekt vertrouwen, of terecht is afgezien van het horen, of het motiveringsbeginsel is geschonden en of de terugvordering dient te worden gematigd.
b. een uitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid, onder c, e, h of i, en gebruik maakt van een in één van die onderdelen bedoelde voorziening gericht op arbeidsinschakeling of een daarmee vergelijkbare uitkering respectievelijk voorziening, vastgesteld krachtens de wetgeving van een andere lidstaat of Zwitserland,
c. een persoon is als bedoeld in het eerste lid, onder f, g, j, k of l (kort gezegd: geregistreerd is als werkzoekende, inburgeringsplichtig is en een inburgeringscursus volgt of ingeschreven is bij een school of onderwijsinstelling),
d. een persoon is als bedoeld in het eerste lid, onder b (kort gezegd: zonder vergoeding werkzaam is in de onderneming van diens partner).
Vertrouwensbeginsel
De rechtbank stelt voorop het ter zitting ingenomen standpunt van verweerder dat de door eiseres geschetste omstandigheden niet bijzonder zijn, aangezien deze situatie zich ook bij andere mensen voordoet, niet te volgen. Deze benadering houdt geen deugdelijke motivering in van de beoordeling van de vraag of de nadelige gevolgen van de terugvordering in de specifieke situatie van eiseres onevenredig zwaar zijn in verhouding met het doel dat met de terugvordering wordt gediend. Evenmin geeft verweerder hiermee invulling aan de hem ter beschikking staande mogelijkheid om maatwerk toe te passen in individuele gevallen.
Beslissing
mr. J.J. Graanstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2022.