ECLI:NL:RBNHO:2022:8236

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 augustus 2022
Publicatiedatum
15 september 2022
Zaaknummer
9881816
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671b lid 1 onderdeel a BWArt. 7:669 lid 3 onderdeel g BWArt. 7:671b lid 9 onderdeel a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onherstelbare verstoorde arbeidsverhouding

Instijl Financiële Diensten B.V. en Instijl Groep B.V. hebben de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer heeft erkend dat de arbeidsverhouding zodanig verstoord is dat voortzetting niet redelijk is en dat herplaatsing niet mogelijk is.

Tijdens de zitting op 16 augustus 2022 hebben partijen hun standpunten toegelicht en aanvullende stukken ingediend. De kantonrechter overweegt dat de verstoring onherstelbaar is en dat er geen mogelijkheden tot herplaatsing zijn, waardoor een redelijke grond voor ontbinding bestaat op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro g BW.

De ontbinding vindt plaats met ingang van 1 oktober 2022, rekening houdend met een opzegtermijn van een maand. Het opzegverbod tijdens ziekte staat niet in de weg omdat de grond voor ontbinding geen verband houdt met ziekte. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 oktober 2022 wegens onherstelbare verstoorde arbeidsverhouding zonder mogelijkheid tot herplaatsing.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 9881816 \ AO VERZ 22-31
Uitspraakdatum: 17 augustus 2022
Beschikking in de zaak van:
de besloten venootschappen
Instijl Financiële Diensten B.V.en
Instijl Groep B.V.,
gevestigd te Hoorn
verzoekende partijen
verder (samen) te noemen: Instijl
gemachtigde: mr. R.M. Conijn
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats]
verwerende partij
verder te noemen: [verweerder]
gemachtigde: mr. L. Bijl

1.Het procesverloop

1.1.
Instijl heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerder] heeft tegen dat verzoek verweer gevoerd.
1.2.
Op 16 augustus 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben partijen met brieven van 12 augustus 2022 nog stukken toegezonden.

2.De beoordeling

2.1.
Instijl verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Aan dit verzoek legt Instijl ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – een verstoorde arbeidsverhouding en dat herplaatsing van [verweerder] niet meer mogelijk is.
2.2.
[verweerder] heeft erkend dat inmiddels sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van Instijl in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook [verweerder] ziet geen mogelijkheden meer voor herplaatsing.
2.3.
Nu [verweerder] heeft erkend dat de arbeidsverhouding verstoord is, en partijen het erover eens zijn dat die verstoring onherstelbaar is en herplaatsing van [verweerder] niet meer mogelijk moet worden geacht, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen is immers sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid Pro 3, onderdeel g, BW, en is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van [verweerder] . De kantonrechter stelt vast dat het opzegverbod tijdens ziekte niet in de weg staat aan ontbinding, omdat die ontbinding plaatsvindt op grond van een verstoorde arbeidsverhouding en die grond geen verband houdt met de ziekte van [verweerder] . Ook constateert de kantonrechter dat [verweerder] geen verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van de ontbinding.
2.4.
Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een opzegtermijn van een maand. Daarvan uitgaande zal de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 9, onderdeel a, BW worden ontbonden met ingang van 1 oktober 2022.
2.5.
Gezien de uitkomst van de zaak is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 oktober 2022;
3.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
3.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter en op 17 augustus 2022 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter