De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 19 september 2022 uitspraak gedaan in een zaak tussen de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en een werknemer die sinds 2008 in dienst was als bouwinspecteur. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden wegens een duurzame en onherstelbare verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer was sinds 2018 gedeeltelijk arbeidsongeschikt en had een verzoek gedaan tot vermindering van zijn arbeidsduur, wat uiteindelijk werd gehonoreerd.
De werkgever had een verbetertraject ingezet vanwege problemen met het functioneren van de werknemer, waaronder het niet volgen van procedures en onvoldoende toezicht op bouwplaatsen. Ondanks gesprekken en begeleiding was er geen verbetering, wat leidde tot een mediationtraject dat zonder oplossing werd beëindigd. De werknemer werd geschorst en kreeg een onvoldoende eindbeoordeling.
De werknemer erkende de verstoorde arbeidsrelatie maar betwistte het disfunctioneren en stelde dat de werkgever ernstig verwijtbaar had gehandeld, waardoor hij aanspraak maakte op een billijke vergoeding. De kantonrechter oordeelde echter dat geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 november 2022, met toekenning van een transitievergoeding van €12.366,89 bruto, maar zonder billijke vergoeding. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.