ECLI:NL:RBNHO:2023:1705
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning kinderbijslag vanaf tweede kwartaal 2021 wegens ingezetenschap Nederland
Eiser, een weduwnaar met drie minderjarige kinderen, kwam op 7 maart 2021 vanuit Afghanistan naar Nederland. Hij had eerder van 1999 tot 2005 in Nederland gewoond en bezit de Nederlandse nationaliteit, net als zijn kinderen. Verweerder kende kinderbijslag toe vanaf het derde kwartaal 2021 omdat eiser volgens hen toen nog geen duurzame persoonlijke band met Nederland had vanwege het ontbreken van zelfstandige woonruimte en inkomen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder ten onrechte slechts twee omstandigheden heeft meegewogen en onvoldoende rekening heeft gehouden met de feitelijke situatie van eiser, waaronder de woningcrisis in Nederland. De rechtbank benadrukt dat ingezetenschap wordt bepaald aan de hand van een duurzame band van persoonlijke aard, waarbij meerdere factoren een rol spelen.
Uit het gedrag van eiser blijkt dat hij vanaf aankomst in Nederland direct stappen heeft gezet om zich te vestigen, zoals het aanvragen van bijstand, een briefadres en het zoeken naar werk en woonruimte. Zijn kinderen gaan naar school en hij heeft geen bindingen meer in Afghanistan. De rechtbank concludeert dat vanaf 1 april 2021 een duurzame band met Nederland bestond en dat eiser dus recht heeft op kinderbijslag vanaf dat moment.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan door rechter M. Jurgens op 23 februari 2023.
Uitkomst: Eiser krijgt kinderbijslag vanaf het tweede kwartaal 2021 vanwege ingezetenschap Nederland.