Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de korpschef van politie Noord-Holland om zijn verklaring van betrouwbaarheid in te trekken, welke nodig is voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden. De intrekking volgde op een aanhouding van verzoeker als verdachte van poging tot doodslag/moord, een ernstig strafbaar feit.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op zitting behandeld en beoordeelt dat de korpschef beoordelingsvrijheid heeft bij het vaststellen van betrouwbaarheid, waarbij de maatstaf is dat betrouwbaarheid en integriteit boven elke twijfel verheven moeten zijn. Hoewel de zaak tegen de hoofdverdachte reeds is behandeld, is nog niet definitief vastgesteld of verzoeker nog vervolgd wordt, waardoor zijn betrouwbaarheid niet zonder meer kan worden aangenomen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het belang van een betrouwbare beveiligingsmedewerker zwaarder weegt dan de belangen van verzoeker, mede omdat het dienstverband van verzoeker inmiddels is beëindigd en er geen acuut woon- of geldprobleem wordt verwacht. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en blijft de intrekking van de verklaring van kracht.