Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [plaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- Op 25 oktober 2021 vindt een telefoongesprek plaats tussen de gemachtigde en mevrouw [naam 3] van de Belastingdienst. De gemachtigde heeft in dit gesprek zijn bezwaar toegelicht.
- Op 25 oktober 2021 stuurt de gemachtigde de overeenkomsten van eiseres met [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. per e-mail aan mevrouw [naam 3] .
de rechtbank: ontvangen op 22 oktober 2021](1 pagina)
- Op 2 november 2021 vindt een telefoongesprek plaats tussen gemachtigde en de heer [naam 4] van de Belastingdienst. De heer [naam 4] heeft gemachtigde gevraagd naar eventueel bezit van beleidsmatige stukken.
- Op 2 november 2021 stuurt de gemachtigde een e-mail aan de heer [naam 4] met de toelichting welke stukken hij wil krijgen.
- Op 3 november 2021 stuurt gemachtigde de heer [naam 4] een aanvullende e-mail met een correctie op de e-mail van 2 november 2021. In de juiste lezing vermelden deze e-mails het volgende:
Hoorgesprek van 29 oktober 2021[…]
Gemachtigde geeft aan ook niet te verwachten alle op de zaak betrekking hebbende stukken te ontvangen in de bezwaarfase en dat hij dit later aan de orde zal stellen tijdens een latere beroepsfase. […]
[en]
Bijlage 20: Belastingdienst.nl-document “Handreiking beoordelingskader overeenkomsten arbeidsrelaties (Handreiking DBA)”;
Bijlage 21: Brief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 16 november 2020, Zesde voortgangsbrief “Werken als zelfstandige”;
“2.4 HandhavingsmoratoriumHet kabinet heeft een moratorium ingesteld voor de handhaving bij opdrachtgevers op de juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie, vanwege de door de verschillende partijen ervaren onduidelijkheid in wetgeving en de maatschappelijke onrust die zou ontstaan als de Belastingdienst hierop zou gaan handhaven. Alleen indien er sprake is van ‘kwaadwillendheid’ zal de Belastingdienst handhaven door middel van het opleggen van correctieverplichtingen, naheffingen en boetes. Het kabinet werkt aan maatregelen ter vervanging van de Wet DBA. De nieuwe regelgeving is voorzien in werking te treden op 1 januari 2021. Het huidige moratorium loopt echter tot 1 januari 2020. Daarom heeft het kabinet besloten het handhavingsmoratorium te verlengen tot 1 januari 2021, zij het dat de mogelijkheden tot handhaving gedurende het moratorium worden aangescherpt: vanaf 1 januari 2020 zal de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst, gegeven na 1 september 2019, niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.
[…]
Geschil12. In geschil is of eiseres recht heeft op de ondernemersfaciliteiten. Ook is in geschil of het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden is.Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres in dit jaar werknemer in loondienst is en dat zij op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 dus geen recht heeft op de ondernemersfaciliteiten.
Verweerder stelt dat wel alle op de zaak betrekking hebbende stukken zijn overgelegd. Enerzijds wordt gevraagd om openbare stukken, die al bekend zijn, en anderzijds naar interne stukken, die niet overgelegd hoeven te worden of waarvan het bestaan niet is gebleken. Verder deelt verweerder het standpunt van eiseres over het gelijkheidsbeginsel niet, is het handhavingsmoratorium op deze zaak niet van toepassing en vormen die stukken daarom in de visie van verweerder geen op de zaak betrekking hebbende stukken.
[…]
Om deze reden vormen de gegevens zoals aantallen en resultaten van het al dan niet handhaven, geen op de zaak betrekking hebbende stukken.
bij opdrachtgevers. Een onjuiste kwalificatie waarop geen handhaving heeft plaatsgevonden leidt dan tot een verkeerde inhouding van loonheffing. Het handhavingsmoratorium ziet echter volgens de teksten in de documenten die hierop betrekking hebben niet op controles in de inkomstenbelasting, zoals bijvoorbeeld de controle van aangiften waarin ondernemersfaciliteiten worden geclaimd. Hierover heeft verweerder verklaard dat het ook in de praktijk zo is dat de handhaving in de inkomstenbelasting losstaat van handhaving in de loonbelastingsfeer en dat de handhaving in de inkomstenbelasting dus niet onder het handhavingsmoratorium valt, maar gewoon plaatsvindt. Naar het oordeel van de rechtbank brengt dit al met zich mee dat eiseres ten onrechte aanspraak maakt op de ondernemersfaciliteiten. Wat er immers ook zij van de handhaving in de loonbelastingsfeer, dat laat onverlet dat aangiften ib/pvv volgens het normale handhavingsbeleid daarvoor gecontroleerd worden en dat een onterecht claimen van ondernemersfaciliteiten gecorrigeerd wordt.
De rechtbank ziet daarom geen grond voor de conclusie dat een van de algemene rechtsbeginselen wordt geschonden.