Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
het hoofd Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid, verweerder.
Procesverloop
Eiser is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 1] en [naam 2].
Overwegingen
€ 909.000 en stelt het volgende:
- verweerder heeft geen rekening gehouden met de verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten;
- verweerder heeft erkend dat de WOZ-waarde € 909.000 dient te bedragen;
- eiser brengt zelf een matrix in de procedure waarin een vergelijking is gemaakt met de verkoopprijzen van [object 1], [object 2] en [object 3], alle te [woonplaats]. Eiser stelt dat deze objecten meegewogen dienen te worden bij de waardering van de woning;
- eiser heeft ter zitting aangevoerd dat in de uitspraak op bezwaar geen proceskostenvergoeding is toegekend en daarom het beroep gegrond dient te worden verklaard;
- eiser heeft ter zitting ook aangevoerd dat verweerder geen rekening heeft gehouden met dat de woning achter een spoorlijn is gelegen.
perceel 300 m², verkocht op 5 juli 2019 voor € 836.500),
[object 5] (bouwjaar 1938, inhoud 410 m³, perceel 189 m², verkocht op
31 augustus 2020 voor € 670.000), [object 6] (bouwjaar 1938, inhoud 450 m³,
perceel 207 m², verkocht op 30 maart 2020 voor € 780.000) en [object 7]
(bouwjaar 1938, inhoud 450 m³, perceel 210 m², verkocht op 4 februari 2020 voor
€ 750.000), alle te [woonplaats]. Hierin is de waarde van de woning getaxeerd op € 923.000.
– gelet op het door hem overgelegde waarderapport met waardeopbouw en de door hem gegeven toelichting hierop – heeft gedaan. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat voldoende rekening is gehouden met de verschillen in grootte van de opstal en van het perceel, ligging, kwaliteit en staat van onderhoud alsmede met de aanwezigheid van bijgebouwen.
7 februari 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:1115), gesteld dat verweerder ook de door hem aangedragen objecten [object 1], [object 2] en [object 3], in de overweging dient mee te nemen. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog. Het object [object 3] is niet opgenomen in de door eiser overgelegde matrix, dus ook niet meegenomen in de door hem berekende waarde. Zonder nadere onderbouwing vermag de rechtbank niet in te zien dat dit object tot een lagere waarde zou moeten leiden. Verweerder heeft voorts onweersproken gesteld dat de door eiser aangedragen objecten niet vergelijkbaar zijn met de woning en niet bruikbaar zijn ter onderbouwing van de waarde van de woning. Het object [object 2] is niet op de vrije markt verkocht. Het object [object 1] is aan een doorgaande weg gelegen, dus qua ligging anders dan de woning. De door eiser aangedragen objecten zijn niet in dezelfde straat als de woning van eiser gelegen, terwijl dat wel het geval is met betrekking tot de door verweerder in de vergelijking betrokken objecten. De door eiser genoemde objecten kunnen dan ook buiten beschouwing blijven. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat eiser op zijn beurt in zijn vergelijking de door verweerder gehanteerde vergelijkingsobjecten buiten aanmerking heeft gelaten, terwijl van die vergelijkingsobjecten wel is komen vast te staan dat deze voldoende vergelijkbaar zijn. Dat maakt dat de vergelijking van eiser, gelet op de hierboven genoemde arresten, onvolledig is. Hierdoor is onduidelijk of en in hoeverre de door eiser aangedragen objecten binnen de door eiser gemaakte vergelijking moeten leiden tot de conclusie dat de waarde van de woning te hoog is vastgesteld. Ook om die reden faalt het betoog van eiser. Gelet op deze uitkomst ziet de rechtbank geen aanleiding om het nader stuk van eiser tardief te verklaren, omdat het niet buiten de 10-dagentermijn genoemd in artikel 8:58 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is ingediend.
Beslissing
proceskostenvergoeding, stelt de proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase vast op het
reeds toegekende bedrag;
€ 49.