De werknemer verzoekt vernietiging van de opzegging van haar arbeidsovereenkomst door de werkgever, stellende dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en dat de opzegging niet rechtsgeldig is. De werkgever voert mondeling verweer dat het om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gaat die van rechtswege is geëindigd.
De kantonrechter oordeelt dat er geen schriftelijke overeenkomst voor bepaalde tijd is en dat de werkgever onvoldoende bewijs heeft geleverd van een bepaalde tijd. Daarom geldt een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De e-mail van de werkgever waarin wordt meegedeeld dat het contract niet wordt verlengd, wordt aangemerkt als een opzegging die niet rechtsgeldig is omdat er geen toestemming is van het UWV en geen dringende reden voor ontslag op staande voet.
De opzegging wordt vernietigd en de werkgever wordt veroordeeld tot loondoorbetaling vanaf 1 juli 2024, met een bruto maandsalaris van € 696,28, vermeerderd met een wettelijke verhoging van maximaal 20% en wettelijke rente. Verzoeken tot wedertewerkstelling en buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. De proceskosten worden aan de werkgever opgelegd.