In deze zaak stond het ontslag op staande voet van [verzoeker], senior medewerker bij Actomat B.V., centraal. Het ontslag was gegeven vanwege het saboteren van een draad van het alarmsysteem op de magazijndeur van het tankstation waar zij werkte. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet onverwijld was gegeven, aangezien de leidinggevende al op 14 september 2024 op de hoogte was van de sabotage, maar dit niet direct meldde aan het hogere management. Pas tien dagen later werd het onderzoek gestart en het ontslag uitgesproken.
Daarnaast werd geoordeeld dat er geen dringende reden was voor ontslag op staande voet. Hoewel de sabotage schade veroorzaakte en de veiligheid in gevaar bracht, was het alarm pas recent aangebracht en was er geen eerdere incidentie van overvallen. [Verzoeker] handelde mogelijk uit frustratie over het alarmgeluid, waarvan zij niet volledig de veiligheidsgevolgen besefte. Haar persoonlijke omstandigheden, waaronder ziekte van Crohn en knieklachten, en haar lange dienstverband zonder eerdere incidenten, werden meegewogen.
Het ontslag werd daarom vernietigd en Actomat werd veroordeeld tot doorbetaling van salaris vanaf de datum van het ontslag tot een rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, met een wettelijke verhoging gematigd tot 25%. Het verzoek tot wedertewerkstelling werd toegewezen. Het voorwaardelijke tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd afgewezen, omdat er geen redelijke grond voor ontbinding was. Wel moet [verzoeker] de reparatiekosten van het alarmsysteem vergoeden, welke met het loon verrekend mogen worden.
De kantonrechter veroordeelde Actomat tot betaling van de proceskosten en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.