In deze zaak vordert verzoeker een transitievergoeding, een billijke vergoeding en een aanvullende vergoeding na het einde van zijn arbeidsovereenkomst bij Belona4work B.V. De kantonrechter stelt vast dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op 30 juni 2024 is geëindigd en niet door Belona is voortgezet. Verzoeker heeft niet zelf opgezegd, ondanks dat Belona dit heeft betwist.
De kantonrechter oordeelt dat verzoeker recht heeft op een transitievergoeding van € 2.585,51 bruto inclusief wettelijke rente vanaf een maand na 1 juli 2024. Het verweer dat verzoeker ernstig verwijtbaar heeft gehandeld wordt verworpen omdat onvoldoende is onderbouwd dat dit reden was voor het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst.
De gevorderde billijke vergoeding wordt afgewezen omdat het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Belona. Ook de aanvullende vergoeding op grond van goed werkgeverschap wordt niet toegekend, omdat verzoeker onvoldoende schade heeft gesteld of onderbouwd.
Het tegenverzoek van Belona tot schadevergoeding wegens vermeend alcoholgebruik en beëindiging van de opdracht wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De proceskosten worden aan Belona opgelegd. De beschikking is gewezen door kantonrechter M.A.J. Berkers en op 9 december 2024 in het openbaar uitgesproken.