ECLI:NL:RBNHO:2024:13012
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving erfafscheiding recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Eisers zijn eigenaar van een recreatiewoning op een recreatiepark en hebben een erfafscheiding geplaatst die hoger is dan de maximaal toegestane hoogte van één meter volgens het bestemmingsplan. Na een melding van een buurman constateerde het college dat de erfafscheiding circa twee meter hoog was en zonder vergunning was geplaatst. Het college legde een last onder dwangsom op om de erfafscheiding te verlagen.
Eisers maakten bezwaar tegen deze last onder dwangsom en voerden onder meer aan dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelde, dat de erfafscheiding niet vergunningplichtig was, en dat de dwangsom te hoog was. De rechtbank oordeelt dat de erfafscheiding kwalificeert als bouwwerk en vergunningplichtig is omdat deze voor de voorgevelrooilijn staat en hoger is dan toegestaan. De rechtbank volgt de uitleg van het college over de ligging van de voorgevelrooilijn en wijst het beroep af.
De rechtbank overweegt verder dat het college bevoegd en verplicht is om handhavend op te treden bij overtredingen, ook al is er sprake van een lage prioriteit in het handhavingsbeleid. De belangenafweging van het college is voldoende gemotiveerd, waarbij het belang van de buurman bij lichtinval en uitzicht is betrokken. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat eisers geen concrete gelijke gevallen hebben aangetoond. De hoogte van de dwangsom is in overeenstemming met het handhavingsbeleid en staat in redelijke verhouding tot het geschonden belang.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de last onder dwangsom blijft in stand, en eisers krijgen geen proces- of griffiekosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom is ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft in stand.