ECLI:NL:RBNHO:2024:8822

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 augustus 2024
Publicatiedatum
27 augustus 2024
Zaaknummer
22/5007
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 PwArt. 16 PwWet maatschappelijke ondersteuning 2015Besluit langdurige zorgUitvoeringsbesluit Wmo 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor eigen bijdrage individuele begeleiding

Eiser heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de eigen bijdrage van individuele begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). De gemeente heeft deze aanvraag afgewezen omdat er een passende en toereikende voorliggende voorziening bestaat, namelijk de regeling voor eigen bijdragen via het CAK.

Eiser stelde dat hij door het niet vergoeden van de kosten in financiële problemen verkeert en de Nederlandse taal niet beheerst. De rechtbank oordeelt echter dat de afwijzing terecht is omdat de wetgever bewust heeft gekozen voor een uitputtende regeling omtrent eigen bijdragen, waardoor bijzondere bijstand in dit kader niet snel wordt toegekend.

De rechtbank beoordeelt ook de mogelijkheid van dringende redenen op grond van artikel 16 van Pro de Participatiewet, maar concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een acute noodsituatie of schrijnende omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 22/5007

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 augustus 2024 in de zaak tussen

[eiser], te [land], eiser

(gemachtigde: mr. M. Shaaban),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag van eiser voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor de kosten van de eigen bijdrage voor individuele begeleiding.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 11 juli 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 6 september 2022 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Totstandkoming van het besluit

2. Eiser heeft op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) individuele begeleiding voor 4 uur per week via [naam]. Voor deze voorziening is een eigen bijdrage verschuldigd. Hiervoor heeft eiser bijzondere bijstand aangevraagd.
3. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen, omdat er een passende en toereikende voorliggende voorziening is [1] . De eigen bijdrage voor zorg voor maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015 wordt bepaald met toepassing van het Besluit langdurige zorg (Blz) respectievelijk het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en is afhankelijk van het inkomen en vermogen. Volgens verweerder zijn er geen dringende redenen die toekenning van bijstand op grond van artikel 16 Pw Pro rechtvaardigen.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
5. Het beroep is ongegrond
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Is er een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15 van Pro de Pw?
6. Eiser stelt dat de medische verzekering de rekening niet heeft betaald, en hij daardoor in een financiële crisis zit. Hij kent de Nederlandse taal niet.
7. Deze beroepsgrond slaagt niet. Verweerder heeft de aanvraag voor bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage van een maatwerkvoorziening (via het CAK) naar het oordeel van de rechtbank terecht afgewezen, omdat er een passende voorliggende voorziening is. Aan het vragen van eigen bijdragen van ontvangers van voorzieningen in het kader van de Wmo 2015 ligt een bewuste keuze van de wetgever ten grondslag [2] . Die keuze leidt ertoe dat sprake is van een uitputtende – passende en toereikende – regeling, die een voorliggende voorziening oplevert in de zin van artikel 15, eerste lid, van de Pw. Dit is vaste rechtspraak [3] .
Is er sprake van dringende redenen als bedoeld in artikel 16 van Pro de PW?
8. In artikel 16, eerste lid, van de PW staat:
“Aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, kan het college, gelet op alle omstandigheden, in afwijking van deze paragraaf, bijstand verlenen indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken.”
9. Een dringende reden als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de PW doet zich voor als er een acute noodsituatie is en de behoeftige omstandigheden waarin de betrokkene verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen, zodat het verlenen van bijstand onvermijdelijk is. Van een acute noodsituatie is in ieder geval sprake als een situatie levensbedreigend is of als blijvend ernstig psychisch of lichamelijk letsel of invaliditeit daarvan het gevolg kan zijn. Ook in andere gevallen kan sprake zijn van een acute noodsituatie. Bij de beoordeling of een acute noodsituatie zich voordoet zal moeten worden meegewogen of het niet-verlenen van bijstand voor de betrokkene tot ernstige gevolgen leidt, met name voor diens gezondheid. Daarbij moet het gaan om een schrijnende situatie waarvan het evident is dat weigering van bijstand zonder meer onaanvaardbaar is.
10. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een situatie die zo schrijnend is dat weigering van bijzondere bijstand onaanvaardbaar zou zijn.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Kleijn, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Als bedoeld in artikel 15 Pw Pro.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 22 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4735 en van 26 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1716.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 14 december 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO6734 en van 7 april 2015, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4808.