ECLI:NL:CRVB:2010:BO6734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen afwijzing bijzondere bijstand voor verplicht eigen risico zorgverzekering
Appellante verzocht bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor het verplicht eigen risico van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Het College van burgemeester en wethouders van Maastricht wees dit verzoek af omdat de kosten zich ten tijde van de aanvraag nog niet hadden voorgedaan en er sprake was van een passende en toereikende voorliggende voorziening.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens een onjuiste wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de wetgever met de invoering van het verplicht eigen risico en de compensatie via premieverlaging, zorgtoeslag en een specifieke uitkering voor chronisch zieken een uitputtende regeling heeft getroffen die bijzondere bijstand in dit kader overbodig maakt.
Appellante voerde tevens aan dat het weigeren van bijzondere bijstand in strijd is met internationale verdragen zoals het EVRM, IVESCR en het Europees Sociaal Handvest. De Raad verwierp deze argumenten, stellende dat het EVRM geen recht op een bepaald niveau van medische zorg waarborgt en dat de staat een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de besteding van publieke middelen.
De Raad concludeert dat het beroep niet slaagt en bevestigt het oordeel van de rechtbank dat geen bijzondere bijstand voor het verplicht eigen risico wordt toegekend. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en bijzondere bijstand voor het verplicht eigen risico wordt niet toegekend.