ECLI:NL:RBNHO:2025:10755
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. de Soeten
- H. de Jong
- C.M.J.C. Snoek-Bakker
- Rechtspraak.nl
Recht op rechtsherstel wegens individuele en buitensporige last door heffing saldolijfrenteverzekering
Eiseres had een saldolijfrenteverzekering afgesloten vóór 14 september 1999, waarbij de waarde van de verzekering per 31 december 2020 in box 1 werd belast. De inspecteur legde een aanslag IB/PVV 2020 op, waarbij de waarde van de saldolijfrente werd vastgesteld op € 158.528. Eiseres maakte bezwaar tegen deze aanslag en stelde dat de heffing in strijd was met het eigendomsrecht en het gelijkheidsbeginsel van het EVRM.
De rechtbank overwoog dat de wettelijke regeling voor de heffing van saldolijfrenten, inclusief het overgangsrecht, niet in strijd is met het EVRM. Wel stelde de rechtbank vast dat de heffing voor eiseres een individuele en buitensporige last vormt, omdat de heffingsgrondslag aanzienlijk hoger is dan de ontvangen uitkeringen en het inkomen, en eiseres niet over voldoende middelen beschikt om de aanslag te voldoen.
De rechtbank concludeerde dat de aanslag verminderd moet worden om deze last te verzachten en verleende rechtsherstel door het belastbaar inkomen uit werk en woning te verlagen tot € 109.490. Tevens werd de belastingrente dienovereenkomstig verminderd en werden de proceskosten en het griffierecht aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting over 2020 wordt verminderd wegens een individuele en buitensporige last door de heffing over de saldolijfrenteverzekering.