Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen
[derde-partij] B.V.en
[derde-partij] B.V., uit [plaats 2] (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: derde-partij).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
inrichting, behorende tot een categorie die is aangewezen krachtens het derde lid”. Op grond van artikel 1.1, derde lid, van de Wabo worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur categorieën inrichtingen aangewezen als bedoeld in artikel 1.1, vierde lid, van de Wm. Ten tijde van het bestreden besluit werd in artikel 1.1, eerste lid, van de Wm ‘inrichting’ gedefinieerd als
: “elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht”. Of sprake is van een inrichting moet worden beoordeeld aan de hand van de feitelijke situatie ter plaatse. [1] Ten tijde van het bestreden besluit luidde artikel 1.1, vierde lid, van de Wm als volgt: “
Elders in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder inrichting verstaan een inrichting, behorende tot een categorie die krachtens het derde lid is aangewezen. Daarbij worden als één inrichting beschouwd de tot eenzelfde onderneming of instelling behorende installaties die onderling technische, organisatorische of functionele bindingen hebben en in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot hetgeen in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder inrichting wordt verstaan.”
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover het de omgevingsvergunning betreft ongegrond;
- verklaart zich onbevoegd voor zover het beroep ziet op de afvalstoffenverordening.