In deze zaak verzoekt de werknemer vernietiging van de opzegging van haar arbeidsovereenkomst door de werkgever Beentjes Groentebroers. De werknemer werkte sinds april 2024 en de arbeidsovereenkomst werd stilzwijgend verlengd. De werkgever stelde dat de werknemer zelf had opgezegd vanwege een verhuizing en een nieuwe baan, maar dit werd niet als een duidelijke en ondubbelzinnige opzegging beoordeeld.
De kantonrechter oordeelt dat de werkgever de arbeidsovereenkomst mondeling heeft opgezegd, maar dat deze opzegging niet rechtsgeldig is omdat niet aan de formele vereisten is voldaan, zoals schriftelijke instemming, dringende reden of toestemming van het UWV. De werknemer heeft recht op vernietiging van de opzegging.
Hoewel de arbeidsovereenkomst voortduurt, wordt de loonvordering vanaf 18 april 2025 afgewezen omdat de werknemer zich niet beschikbaar heeft gesteld voor werk. Wel wordt de aanzegvergoeding toegekend omdat de werkgever niet tijdig schriftelijk heeft geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Tevens wordt achterstallig loon inclusief vakantiegeld over de periode 27 januari tot 18 april 2025 toegewezen.
De werkgever wordt veroordeeld de werknemer binnen drie dagen na betekening toe te laten tot de werkzaamheden. Proceskosten worden aan de zijde van de werkgever opgelegd, maar een volledige vergoedingsplicht wordt afgewezen wegens ontbreken van buitengewone omstandigheden.