Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 21 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
€ 1.922,68 bruto (minus € 8,45 bruto) aan achterstallig loon, onder overlegging van vijf deugdelijke specificaties over de perioden 2 tot en met 6 van 2025, waarop de bruto lonen zijn vermeld, op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag indien [eenmanszaak] de deugdelijke specificaties niet binnen twee weken na betekening van het te wijzen vonnis heeft verstrekt, en dat [eenmanszaak] het netto equivalent moet betalen dat uit de deugdelijke loonstroken volgt onder verrekening van de al betaalde bedragen. Verder vordert [eiser] dat de kantonrechter [eenmanszaak] veroordeelt tot betaling van € 905,22 bruto aan achterstallig vakantiegeld, € 3.441,60 aan reiskostenvergoeding, een en ander te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente en tot betaling van de proceskosten.