Uitspraak
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 26 februari 2025 in de zaak tussen
[eiseres-opvolging] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Douane, verweerder.
Inleiding
€ 1.445,28 aan rente op achterstallen.
Feiten
- 8 pins Lightning kabels in verschillende typen/modellen ;
- Micro USB kabels ;
- Micro USB/AUX/HDMI kabel ;
- AUX flat kabel .
Geschil
C-273/09 van Premis Medical B.V. (ECLI:EU:C:2010:809).
Er is volgens eiseres geen basis om de verlengde verjaringstermijn van artikel 103, tweede lid, van het Douanewetboek van de Unie (DWU) toe te passen. De verlengde termijn vormt een uitzondering op de hoofdregel dat de termijn voor navordering drie jaar bedraagt en mag daarom slechts in uitzonderingssituaties en onder strikte voorwaarden worden gebruikt. Volgens eiseres is in de onderhavige zaak geen sprake van zo’n uitzonderingssituatie. Verweerder past, volgens eiseres in afwijking van eerder geldend beleid, in nagenoeg alle gevallen dat wordt nagevorderd de verlengde termijn toe en maakt aldus van de uitzondering (de vijfjaarstermijn) de hoofdregel. Dat maakt de driejaarstermijn tot een dode letter, waarmee het Unierecht wordt geschonden. Volgens eiseres is de toepassing van artikel 103, tweede lid, van het DWU bedoeld voor gevallen van fraude en moet ten minste sprake zijn van enige vorm van strafrechtelijk relevante verwijtbaarheid. Eiseres verwijst in dit verband ook naar Hoofdstuk 36.00.00 (‘Strafbepalingen’) van het Handboek Douane (en meer in het bijzonder de paragrafen 1.5.3, 1.28.7 en 2.14.2 daaruit). Er is geen verwijtbaarheid aan haar zijde. Eiseres heeft nimmer de intentie gehad onjuiste aangiften te doen. Bovendien is het door haar ingenomen standpunt met betrekking tot de toegepaste goederencode pleitbaar, zodat ook daarom geen sprake was van strafrechtelijk vervolgbare handelingen.
8544 42 90 90. Om de kabels in te kunnen delen onder de door eiseres voorgestane postonderverdeling, moet sprake zijn van kabels “van de soort gebruikt voor telecommunicatie”. In de GN is niet gedefinieerd wat onder “de soort gebruikt voor telecommunicatie” moet worden verstaan.
12 mei 2021 in de zaak met de nummers HAA 18/960 en HAA 18/961 (toevoeging rechtbank: inmiddels gepubliceerd onder nummer ECLI:NL:RBNHO:2021:12960). In deze uitspraak is geoordeeld dat draadloze opladers niet onder postonderverdeling 8540 40 30 kunnen worden ingedeeld, omdat de opladers niet hoofdzakelijk bestemd zijn om te worden gebruikt met “telecommunicatietoestellen, automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor” in de zin van die onderverdeling. Ook al gaat het om een andere post dan in de onderhavige zaak, ook daar speelde de vraag of de opladers van de soort gebruikt voor telecommunicatietoestellen zijn. Nu de onderhavige kabels (ook) de aangesloten apparaten van stroom voorzien, kunnen deze kabels naar de mening van verweerder niet ingedeeld worden onder een post ‘van de soort gebruikt voor telecommunicatie’.
Juridisch kader
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie
€ 1.645,16 en de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) (14/31 x € 3.000 =) € 1.354,84 te betalen.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding aan eiseres van de aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade vastgesteld op € 1.645,16;
- veroordeelt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding aan eiseres van de aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade vastgesteld op een bedrag van € 1.354,84;
- veroordeelt verweerder en de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van eiseres, ieder tot een bedrag van € 113,38.