Uitspraak
2. de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
Het Hof heeft in het midden gelaten of de naheffingsaanslag op grond van artikel 10 IW Pro 1990 terecht terstond en tot het volle bedrag invorderbaar is gesteld.
3.Beoordeling van de in het principale beroep voorgestelde middelen
4.Beoordeling van het in het incidentele beroep voorgestelde middel
De omstandigheden dat de adressaat van een (bezwarend) besluit de redenen kende waarom de belastingautoriteiten een - in dat bezwarende besluit resulterende - controle hebben ingesteld naar de juistheid van aangiften omzetbelasting en geacht moet worden op de hoogte te zijn van de feiten die tot dat bezwarende besluit hebben geleid, laten onverlet dat de desbetreffende persoon expliciet en ook tijdig moet worden uitgenodigd om te worden gehoord alvorens het bezwarende besluit wordt genomen. Daardoor wordt de desbetreffende persoon de gelegenheid geboden voor het aanvoeren van bepaalde feiten die het bestuursorgaan aan zijn besluit niet ten grondslag heeft gelegd, althans niet in aanmerking heeft genomen, dan wel met het oog op het corrigeren van (kennelijke) vergissingen of het aanvoeren van individuele omstandigheden die ervoor pleiten dat het besluit wordt genomen, niet wordt genomen of dat in een bepaalde zin wordt besloten. [5]
5.Slotsom
.Dat zou betekenen dat de onderhavige naheffingsaanslag moet worden vernietigd. [6]