Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
€ 6.219,81.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer verzocht de kantonrechter om vernietiging van de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst door de werkgever, omdat deze niet rechtsgeldig was. De arbeidsovereenkomst was voor bepaalde tijd en liep van april 2024 tot februari 2025. De werkgever had de overeenkomst opgezegd met ingang van november 2024, zonder toestemming van het UWV en zonder geldige reden.
Tijdens de zitting verscheen de werknemer, maar de werkgever was afwezig. De kantonrechter oordeelde dat de opzegging ongeldig was omdat geen wettelijke gronden voor opzegging aanwezig waren en de werknemer niet had ingestemd. De arbeidsovereenkomst liep daardoor door tot de afgesproken einddatum.
De werkgever had slechts twee netto betalingen gedaan, terwijl het achterstallig bruto loon €21.755,82 bedroeg. De kantonrechter kende dit bedrag toe, vermeerderd met een gematigde wettelijke verhoging van 10%. Tevens werd de werkgever veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van €649,24 bruto met wettelijke rente vanaf 8 maart 2025.
Daarnaast moet de werkgever deugdelijke loonstroken en een eindafrekening verstrekken, onder dreiging van een dwangsom. De proceskosten van €1.410,00 komen eveneens voor rekening van de werkgever. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt vernietigd en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, transitievergoeding en proceskosten.