ECLI:NL:RBNHO:2025:7853
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Waardedruk wegens duurzame zelfbewoning bij staking fysiotherapiepraktijk
Eiser, een fysiotherapeut met een eenmanszaak, staakte zijn onderneming in 2018. De praktijkruimte was gevestigd in hetzelfde pand als zijn woning, waarbij het woongedeelte privévermogen was en de praktijkruimte ondernemingsvermogen. De rechtbank moest beoordelen of bij de waardering van het bedrijfsgedeelte rekening gehouden moest worden met waardedruk wegens duurzame zelfbewoning.
Eiser stelde dat het woon- en bedrijfsgedeelte als één geheel moesten worden gezien en dat het bedrijfsgedeelte niet zelfstandig verhuurd of verkocht kon worden zonder afbreuk te doen aan het woongenot. Verweerder stelde dat de praktijkruimte zelfstandig rendabel was en dat een waardedrukkende factor niet toegepast moest worden, of dat anders een lagere factor dan door eiser voorgesteld moest gelden.
De rechtbank oordeelde dat het bedrijfsgedeelte bij staking uitsluitend voor privédoeleinden bestemd was en niet zonder aanzienlijke investeringen afzonderlijk verhuurd of verkocht kon worden. Daarom moest rekening worden gehouden met een waardedruk wegens duurzame zelfbewoning. De waarde van het praktijkgedeelte werd vastgesteld op 85% van de marktwaarde, conform een recent besluit. Tevens werd interne compensatie toegestaan voor niet in de aanslag opgenomen looninkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en wijzigde de aanslag. Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn en werden proceskosten en griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De aanslag IB/PVV 2018 wordt gewijzigd met toepassing van een waardedruk van 15% wegens duurzame zelfbewoning en interne compensatie, en eiser ontvangt een immateriële schadevergoeding van €1.000.