ECLI:NL:RBNHO:2025:7863
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Waardedruk wegens duurzame zelfbewoning bij staking fysiotherapiepraktijk
Eiser, een fysiotherapeut met een eenmanszaak, staakte zijn onderneming per 1 juli 2018. De praktijkruimte was gevestigd in hetzelfde pand als zijn woonhuis, waarbij het woongedeelte tot privévermogen behoorde en de praktijkruimte tot het ondernemingsvermogen. De praktijkruimte had een eigen opgang, maar was niet volledig zelfstandig vanwege een inpandige doorgang, gedeelde sanitaire voorzieningen en nutsvoorzieningen.
De Belastingdienst legde een aanslag inkomstenbelasting 2018 op zonder rekening te houden met waardedruk wegens duurzame zelfbewoning van het bedrijfsgedeelte. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het woongedeelte en de praktijkruimte als één geheel moesten worden gezien, waardoor waardedruk toegepast moest worden. De rechtbank oordeelde dat het bedrijfsgedeelte bij staking uitsluitend voor privédoeleinden bestemd was en niet zonder afbreuk aan het woongenot afzonderlijk verhuurd of verkocht kon worden.
De rechtbank verwierp het standpunt van de Belastingdienst dat de praktijkruimte zelfstandig rendabel was en dat de waardedruk niet van toepassing was. De rechtbank paste een waardedrukkende factor van 15% toe op de waarde van de praktijkruimte, conform het besluit van 20 juni 2018. Tevens werd interne compensatie toegestaan voor niet in de aanslag opgenomen looninkomsten. Daarnaast kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2018 wordt gewijzigd met toepassing van waardedruk wegens duurzame zelfbewoning en interne compensatie, en eiser ontvangt een immateriële schadevergoeding.