Uitspraak
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoeker] van 24 oktober 2025 met 6 producties;
- het verweerschrift van WLT van 20 januari 2026 met 10 producties;
- nadere stukken van [verzoeker], ingediend op 26 januari 2025, met producties 7 en 8.
- de mondelinge behandeling op 30 januari 2026, waar door de gemachtigden van partijen pleitnotities zijn overlegd en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
gezien de ernst en de herhaling van deze gedragingen sprake is van een dringende reden voor ontslag.” WLT heeft in haar verweer en ter zitting bovendien toegelicht dat de gebeurtenis op 24 augustus 2025 de zogenaamde druppel was die de emmer deed overlopen. Dat betekent dat bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een dringende reden, alle aan [verzoeker] verweten gedragingen moeten worden betrokken en deze ook alle moeten vaststaan. Daarbij rust de bewijslast op WLT. Mocht een gedeelte van de feiten die aan het ontslag ten grondslag zijn gelegd
nietkomen vast te staan, dan houdt het ontslag op staande voet geen stand.
ik ben bang dat ik niet op tijd wakker word. Gezien de reactie van WLT - ‘
is goed, beter niet, morgen vrij’ -lijkt het er veeleer op dat [verzoeker] toestemming heeft verleend om die zondag niet te rijden. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft WLT ook déze gedragingen, tegenover de uitgebreide betwisting door [verzoeker], onvoldoende aannemelijk gemaakt.