Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2035

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
AWB - 25 _ 1475
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 GemeentewetArt. 1 Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen gemeente 1 2025Art. 5 Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen gemeente 1 2025Art. 6 Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen gemeente 1 2025
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens defecte parkeerautomaten en inspanningsverplichting parkeerder

Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij op 1 februari 2025 geen parkeerbelasting had voldaan terwijl dit wel verplicht was op de parkeerplaats in gemeente 1. Hij stelde dat de parkeerautomaten defect waren en hij geen smartphone of parkeerapp had om de belasting te voldoen. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat twee parkeerautomaten defect waren, mede op basis van een filmpje en zijn gedetailleerde verklaringen.

Verweerder betwistte de defecten, maar kon dit onvoldoende onderbouwen en leverde geen concrete bewijsstukken of verklaringen van ambtenaren. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende had weersproken dat de parkeerautomaten niet werkten. Ook was het niet redelijk om van belanghebbende te verlangen dat hij elders parkeert om belasting te voldoen.

Verder kon belanghebbende niet via een parkeerapp betalen omdat hij geen smartphone had. De rechtbank stelde dat de gemeente moet zorgen voor werkende parkeerapparatuur binnen redelijke afstand en dat verschillende betaalwijzen zijn toegestaan. Gezien de omstandigheden en het autisme van belanghebbende achtte de rechtbank zijn inspanningsverplichting voldoende.

De naheffingsaanslag werd daarom verminderd tot het bedrag van de verschuldigde parkeerbelasting van €1. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd en het betaalde griffierecht werd aan belanghebbende vergoed. Er werden geen proceskosten toegekend.

Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting is verminderd tot het verschuldigde bedrag van €1 wegens defecte parkeerautomaten en voldoende inspanningsverplichting van belanghebbende zonder smartphone.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/1475

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende,

en

het hoofd Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2026 te Haarlem.
Belanghebbende is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. [naam] .

Overwegingen

Feiten
1. Op 1 februari 2025 om 15.22 uur heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat de auto van belanghebbende met het kenteken [#] (hierna: de auto) stond geparkeerd op een parkeerplaats aan de [straat] te [gemeente 1] . Ter plaatse was op genoemde datum en genoemd tijdstip parkeerbelasting verschuldigd. De parkeercontroleur heeft geconstateerd dat voor de auto geen parkeerbelasting was betaald. Vervolgens is de naheffingsaanslag opgelegd, bestaande uit € 1 parkeerbelasting en € 78,80 aan kosten.

Geschil2. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

3. Belanghebbende stelt dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd omdat de parkeerautomaten ter plaatse defect waren en hij niet beschikte over een parkeerapp om de parkeerbelasting te voldoen. Belanghebbende geeft aan dat hij autistisch is, dat hij die dag met een hond en een vriendin naar het strand ging, dat hij alles heeft gedaan wat in zijn vermogen lag om de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen en dat de zaak hem veel stress heeft gegeven. De verschuldigde parkeerbelasting ten bedrage van € 1,00 wil hij wel betalen. Alleen de kosten van 78,80 euro gaan hem echt te ver. Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de naheffingsaanslag.
4. Verweerder stelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, betwist dat de parkeerautomaten defect waren en stelt dat belanghebbende de parkeerbelasting ook had kunnen voldoen middels een parkeerapp. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.
5. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.
Beoordeling van het geschil
6. Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende ter zake van het onderhavige parkeren parkeerbelasting was verschuldigd en dat belanghebbende geen parkeerbelasting heeft voldaan. Belanghebbende stelt dat hij heeft geprobeerd de parkeerbelasting te voldoen op twee verschillende parkeerautomaten en dat die beide defect waren. Verweerder heeft ter zitting betwist dat de parkeerautomaten defect waren. De rechtbank overweegt als volgt.
7. Vaste rechtspraak is dat het feit dat een parkeerautomaat defect is, niet met zich brengt dat de betalingsverplichting komt te vervallen (zie onder meer HR 22 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3117). Het is de verantwoordelijkheid van de parkeerder om bij een defecte automaat ervoor te zorgen dat de parkeerbelasting wordt voldaan, eventueel op een andere manier. Op de belanghebbende rust de last aannemelijk te maken dat de parkeerautomaat defect was (HR 28 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU5160).
8. De door belanghebbende in de stukken en ter zitting afgelegde verklaringen over de defecte parkeerautomaten zijn zeer gedetailleerd en consistent. De rechtbank acht de verklaringen van belanghebbende hierover geloofwaardig. Ter zitting heeft belanghebbende ook een filmpje getoond van zijn vergeefse pogingen om de verschuldigde parkeerbelasting bij de eerste parkeerautomaat te voldoen. Op basis van dit filmpje en de door belanghebbende ter zitting gegeven toelichting hierop acht de rechtbank aannemelijk dat het niet mogelijk was om de pincode van zijn bankrekening in te toetsen op het toetsenbord van de parkeerautomaat. Het scherm waarop de pincode dient te worden ingetoetst werkte niet. Belanghebbende heeft blijkens het filmpje meerdere malen tevergeefs getracht zijn pincode in te toetsen op de parkeerautomaat. Verder heeft belanghebbende uitgelegd dat hij geen mogelijkheid van contactloos betalen heeft op zijn pinpas, zodat hem dit geen soelaas bood. De stellingen van verweerder dat de onmogelijkheid om te pinnen lag aan de communicatie met de bank van belanghebbende en aan zijn bankpas, dat geen sprake was van een defecte parkeerautomaat en dat het niet kunnen betalen voor rekening van belanghebbende moet blijven, verwerpt de rechtbank.
9. Een aldaar aanwezige handhaver (BOA) heeft de storing telefonisch doorgegeven aan de beheerder van de parkeerautomaten en heeft belanghebbende gewezen op de mogelijkheid de parkeerbelasting te voldoen op de parkeerautomaat die was gelegen verder op de boulevard in het noorden richting de gemeente [gemeente 2] . Belanghebbende is daar naartoe gelopen om daar de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen. Het scherm waarop het kenteken van de auto dient te worden ingevoerd stond echter op zwart en het lukte belanghebbende niet om dit scherm te activeren. De rechtbank acht de verklaringen van belanghebbende hierover eveneens geloofwaardig en stelt vast dat ook de tweede parkeerautomaat waar belanghebbende heeft getracht de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen defect was. Belanghebbende heeft geen andere parkeerautomaat in de omgeving gezien en is vervolgens met de hond en de vriendin het strand opgegaan. Onder deze omstandigheden en gelet op het autisme van belanghebbende en de aanwezigheid van een (middelgrote) hond, acht de rechtbank aannemelijk dat belanghebbende aan zijn inspanningsverplichtingen heeft voldaan en dat het voor belanghebbende niet mogelijk was om de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen.
10. Verweerder heeft onvoldoende weersproken dat ook deze tweede parkeerautomaat defect was. Belanghebbende had reeds in zijn bezwaar- en beroepschrift naar voren gebracht dat sprake was van defecte parkeerautomaten. In de uitspraak op bezwaar en in het verweerschrift heeft verweerder dit niet betwist en is verweerder hier ook niet op ingegaan. Verweerder heeft pas ter zitting medegedeeld dat hij heeft getracht te achterhalen of sprake was van een storing, dat daar geen enkele melding van is, dat het lastig achterhalen is om welke automaat het gaat in betreffende gebied in [gemeente 1] en dat hij met betrekking tot de meest noordelijke automaten navraag heeft gedaan. Van deze navraag is geen enkele vastlegging in het dossier. De rechtbank is van oordeel dat het in licht van de verklaringen van belanghebbende op de weg van verweerder lag een nadere onderbouwing te geven van het gestelde onderzoek naar de vraag of sprake was van defecte parkeerautomaten. Onduidelijk is gebleven voor welke parkeerautomaten navraag is gedaan, voor welke dag en tijdstip, wat de aard van het onderzoek is geweest en wat de bevindingen precies zijn. Ook ontbreekt een verklaring van de ambtenaar die dit onderzoek heeft verricht en of er navraag is gedaan inzake de door belanghebbende genoemde telefonisch melding van de storing door een handhaver. De eerst ter zitting ingenomen blote stelling van verweerder dat er die dag geen storingen waren acht de rechtbank in het licht van de verklaringen van belanghebbende onvoldoende concreet en van onvoldoende gewicht. De rechtbank acht dan ook aannemelijk dat de genoemde parkeerautomaten defect waren en volgt belanghebbende in zijn betoog dat het voor hem niet mogelijk was de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen. Voor het overige is niet gebleken dat in de buurt van belanghebbende wel werkende parkeerautomaten stonden. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat belanghebbende zich tegen de grens met de gemeente [gemeente 2] bevond en het voor belanghebbende niet mogelijk was om de in de gemeente [gemeente 1] verschuldigde parkeerbelasting te voldoen in de gemeente [gemeente 2] . Verweerder werpt belanghebbende nog tegen dat hij de auto niet elders heeft geparkeerd om aldaar middels een andere parkeerautomaat parkeerbelasting te voldoen. Onder de gegeven omstandigheden acht de rechtbank het echter te vergaand om van belanghebbende te verlangen zijn auto elders te parkeren.
11. Voor zover verweerder meent dat belanghebbende gehouden was de parkeerbelasting te voldoen middels een parkeerapp, kan de rechtbank verweerder niet volgen. Belanghebbende beschikt niet over een smartphone. Ter zitting heeft belanghebbende zijn telefoon laten zien. Het betreft een eenvoudige mobiele telefoon waar geen apps op kunnen worden gezet. Belanghebbende kon dan ook niet over een parkeerapp beschikken. De vriendin met wie hij die dag op pad was bezit geen auto, dus beschikt zij evenmin over een parkeerapp, aldus belanghebbende. Belanghebbende kan niet worden tegengeworpen dat hij niet beschikt over een smartphone of parkeerapp, omdat gelet op het bepaalde in artikel 225, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet en de artikelen 1, 5 en 6, van de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen [gemeente 1] 2025, verschillende wijzen van betalen zijn toegestaan en de gemeente dan moet zorgen voor werkende parkeerapparatuur binnen redelijke afstand van de parkeerplaats.
12. Gelet op het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat belanghebbende heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden verlangd om de parkeerbelasting te voldoen (vgl. gerechtshof Den Haag 17 april 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:666). De naheffingsaanslag dient overeenkomstig het standpunt van belanghebbende te worden verminderd tot € 1. Het beroep wordt gegrond verklaard.
Proceskosten
13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 1, en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 53 aan belanghebbende te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A. Fase, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.M. van Wijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
26 februari 2026.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).
U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).