De zaak betreft een oud-werknemer die aanspraak maakt op een overeengekomen verhuisvergoeding en een schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheden van zijn werkgever bij standplaatswijzigingen.
De werknemer trad in 2019 in dienst en kreeg in 2020 een aanbod met een verhuisvergoeding gekoppeld aan een verhuizing naar de regio Haarlem/Alkmaar uiterlijk 1 februari 2021. Hoewel hij de vergoeding ontving, verhuisde hij pas na beëindiging van het dienstverband daadwerkelijk. Daarnaast vordert hij schadevergoeding voor huurkosten en psychische schade, stellende dat de werkgever hem niet tijdig informeerde over de overname en standplaatswijzigingen.
De werkgever voert verweer dat de verhuisvergoeding aan een harde verhuisvoorwaarde was verbonden en dat de werknemer niet tijdig verhuisde. Ook is er geen sprake van onrechtmatig handelen of schending van de mededelingsplicht, aangezien de werkgever pas na het aangaan van de huurovereenkomst op de hoogte was van de overnameplannen en geheimhouding gold.
De rechtbank oordeelt dat de verhuisvergoeding terecht is geweigerd omdat de werknemer niet aan de verhuisvoorwaarde voldeed. De schadevorderingen worden afgewezen omdat geen onrechtmatig handelen is vastgesteld en de psychische klachten onvoldoende onderbouwd zijn. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.