ECLI:NL:RBNHO:2026:4004
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand op grond van Bbz 2004 en afwijzing kwijtschelding
Eiser ontving een renteloze lening op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) voor de jaren 2020 tot en met 2022. Na onderzoek stelde het college vast dat over 2022 het inkomen van eiser hoger was dan de verstrekte bijstand, waardoor het meerdere teruggevorderd moest worden. Het college vorderde €6.293,01 terug en stelde een betalingsregeling van €20 per maand vast.
Eiser voerde aan dat hij onder de bijstandsnorm leeft en dat de berekening van het college onjuist is. Ook stelde hij dat hem was toegezegd dat de lening omgezet zou worden in een gift indien hij niet kon betalen. De rechtbank oordeelde dat het college de juiste regeling toepaste en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt, omdat geen ondubbelzinnige toezegging is gedaan.
De rechtbank toetste de belangenafweging van het college en concludeerde dat de terugvordering proportioneel is en dat de financiële situatie van eiser geen dringende reden vormt om van terugvordering af te zien. Het verzoek om kwijtschelding werd daarom afgewezen. Het beroep is ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van €6.293,01 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om kwijtschelding afgewezen.