Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 april 2026 in de zaken tussen
mr. [belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil29. In geschil is of de aanslag erfbelasting terecht is opgelegd. Meer specifiek is in geschil of de aanslag erfbelasting binnen de wettelijke aanslagtermijn is opgelegd.
e-mailbericht van 7 november 2024, (ii) Bureau Vaktechniek van de Belastingdienst heeft aangespoord de onderhavige aanslagen op te leggen zodat een en ander (rechterlijk) getoetst kon worden en (iii) in de aanslagen is uitgegaan van een veel te groot vermogen, terwijl dit verweerder bekend moet zijn geweest.
e-mailberichten van 7 november 2024 (zie onder 18) en 1 oktober 2024 (zie onder 27) maakt de rechtbank niet op dat sprake is van in vergaande mate onzorgvuldig handelen van verweerder. Anders dan belanghebbende stelt, bevestigt verweerder in zijn e-mailbericht van 1 oktober 2024 niet dat hij de aanslag(en) heeft opgelegd zonder wettelijke grondslag. In het laatstgenoemde bericht is enkel vermeld dat het schrappen van een wederkerig finaal verrekenbeding alleen werkend bij overlijden in het zicht van overlijden op dit moment door verweerder niet wordt gezien als een schenking. De daaraan ten grondslag liggende reden is niet in het e-mailbericht vermeld.