Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.STICHTING HOSPICE GROEP HAARLEM EN OMSTREKEN,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
1.De procedure
- de akte namens [eiseres], met overlegging van producties E71 en E72,
- de conclusie van antwoord, met 15 producties,
- de mondelinge behandeling van 28 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van de advocaat van [eiseres],
- de pleitnota van de advocaat van gedaagden.
2.De feiten
- Jouw focus ligt op de middellange en lange termijn
- Creëert kaders en laat de gehele uitvoering over aan het team
- Stuurt op hoofdlijnen
- Ontwikkelt een visie op de Organisatie, het team, de twee locaties en de toekomst.
- Delegeren van taken en besluiten die niet bij een bestuurder horen.
- Versterken van de coördinatoren richting vestigingsmanagers en uitbreiding van het vrijwilligersteam op operationele zaken met duidelijke taakverdeling en verantwoordelijkheden zodat zij zelfstandig kunnen bestieren.
- Grenzen bewaken tussen leiderschap en uitvoering.
- Ruimte creëren zodat de organisatie onafhankelijk van jou wordt.
- Boven de spanning kunnen blijven hangen
- Feedback kunnen ontvangen zonder het persoonlijk te voelen
- Ruimte houden om te reflecteren
- Besluiten nemen vanuit rust
- Niet alles willen vasthouden of controleren, niet overal mee bemoeien
3.Het geschil
4.De beoordeling
handreiking. De raad reikte [eiseres] een groeipad aan met een zeer duidelijke
agenda. Dat pad kent drie pijlers: (1) visievorming, (2) vanuit die visie loslaten van de operatie en (3) op die manier creëren van de ruimte die een bestuurder nodig heeft om met afstand en visie te besturen. Het stuk is geschreven in de hoop en verwachting dat [eiseres] dit pad kan volgen. De wijziging van inzicht die tot het voorgenomen ontslagbesluit heeft geleid houdt in dat [eiseres] daartoe onvoldoende in staat blijkt.
- de reactie van [eiseres] op het beoordelingsdocument. Zij sloeg niet alleen een flater door aan het begin van het gesprek te laten weten dat ze het document vanwege grote drukte nauwelijks had gelezen (terwijl het gesprek eerder was uitgesteld om haar die ruimte te bieden), maar heeft met het feit dat ze viel over de ‘toon’ van het document ook gedemonstreerd dat ze de betekenis ervan en de ruimte die haar met en door het geschetste groeipad werd geboden niet zag, laat staan waardeerde en ter harte nam;
- het niet voldoen aan de duidelijk kenbaar gemaakte verlangens van de raad van toezicht op het punt van de informatievoorziening aangaande de uitbreiding. Sensitiviteit voor de bestuurlijke verhoudingen zou [eiseres] ertoe moeten hebben gebracht om deskundigheid aan te trekken om alle mogelijk tegenvallende scenario’s in de business case, mede gelet op de gesignaleerde ontwikkelingen in de markt van de betrokken zorgverleningen, onder andere in het Gupta-rapport, grondig te verkennen en ervoor te waken zich door een overmaat aan enthousiasme van stakeholders te laten meeslepen;
- de stelselmatige weigering om het pad van de teamvorming/delegatie/verbreding van het draagvermogen van het management van de organisatie vorm te geven. [eiseres] weet hoe het moet, wil alles zelf doen, stelt afwijkende meningen niet op prijs en laat irritatie daarover doorwerken in de interpersoonlijke verhoudingen met betrokkenen. De overgelegde verklaringen zijn op dit punt zeer duidelijk. De voorzieningenrechter kent vooral betekenis toe aan de verklaringen van mevrouw [betrokkene 6] die jarenlang zeer nauw (als ‘rechterhand’) met [eiseres] heeft samengewerkt en dus goed zicht moet hebben gehad op haar stijl en aanpak. De voorzieningenrechter plaatst wel de kanttekening dat [eiseres] pas recentelijk met deze verklaringen is geconfronteerd, maar [betrokkene 6] geeft in haar verklaring aan dat zij haar vertrek, op 8 februari 2026, schriftelijk heeft toegelicht. Aangenomen mag worden dat de essentie van die brief, die [eiseres] zal kennen, niet afwijkt van de essentie van de verklaring. De kern van het verwijt dat de raad van toezicht haar maakt is ook niet op de inhoud van de verklaringen ‘sec’ gebaseerd, maar op de vaststelling dat de signalen van deze medewerkers door [eiseres] niet serieus werden genomen.