ECLI:NL:RBNHO:2026:8751

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
K/4102/12236257
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:629a lid 1 BWArt. 7:629 lid 3 onderdeel d BWArt. 7:658a lid 4 BWArt. 7:629a lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing loonvordering werknemer wegens weigering medewerking re-integratie

Werknemer is sinds januari 2025 in dienst bij Securitas en meldde zich ziek tijdens vakantie in augustus 2025. Na advies van de bedrijfsarts werd hij uitgenodigd om werkzaamheden te hervatten, maar hij keerde niet terug en meldde zich opnieuw ziek. Na onderzoek en advies van een expertisebureau werd loon over bepaalde periodes alsnog betaald.

De bedrijfsarts adviseerde mediation als noodzakelijke stap in het re-integratieproces. Werknemer weigerde echter fysieke deelname aan mediation en stelde uitsluitend schriftelijke mediation via online communicatie voor, wat door werkgever niet werd geaccepteerd. Werkgever stelde dat werknemer onvoldoende meewerkte aan re-integratie en stopte daarom per 9 maart 2026 de loonbetaling.

Werknemer vorderde in kort geding alsnog loonbetaling, maar de kantonrechter oordeelde dat werknemer zonder deugdelijke grond weigerde mee te werken aan redelijke voorschriften en maatregelen gericht op passende arbeid. De loonstop was daarom terecht en de vordering werd afgewezen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.

Uitkomst: De loonvordering van de werknemer wordt afgewezen omdat hij zonder geldige reden niet meewerkte aan redelijke re-integratievoorschriften.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 12236257 \ VV EXPL 26-70 (HB)
Vonnis in kort geding van 30 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SECURITAS BEVEILIGING B.V.,
statutair gevestigd te Badhoevedorp en kantoorhoudende te Breukelen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Securitas,
gemachtigde: mr. C.C. Zillinger Molenaar.
De zaak in het kort
In deze zaak vordert de werknemer dat de werkgever wordt veroordeeld om hem het loon tijdens ziekte per 9 maart 2026 alsnog te betalen. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer zonder deugdelijke grond heeft geweigerd mee te werken aan redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn hem in staat te stellen passende arbeid te verrichten. Daarom heeft de werkgever de loonbetaling per 9 maart 2026 terecht stopgezet. De vordering van de werknemer wordt afgewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 mei 2026 (met producties);
- het uitstelverzoek van [eiser] van 2 juni 2026, de reactie daarop van de rechtbank van 2 en 3 juni 2026 en de verdere e-mails van [eiser] van 3, 4, 8 en 13 juni 2026 over de (inrichting van de) zitting en de reacties van de rechtbank van 4, 8 en 15 juni 2026;
- de e-mail van [eiser] van 10 juni 2026 met producties;
- de e-mails van [eiser] van 12 juni 2026 met producties;
- de e-mail van [eiser] van 12 juni 2026 met een pleitnota (op voorhand, met aanpassing van de eis);
- de e-mail en de brief van Securitas van 12 juni 2026 met producties en een toelichting daarop;
- de e-mail van Securitas van 15 juni 2026 met een aanvullende productie.
- de mondelinge behandeling van 16 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de aanvulling op de pleitnota van [eiser];
- de ter zitting door [eiser] overgelegde productie;
- de pleitnota van Securitas.
1.2.
Omdat [eiser] naar hij heeft aangegeven zijn stem kwijt is, heeft hij tijdens de mondelinge behandeling schriftelijk in plaats van mondeling geantwoord op de vragen van de kantonrechter.

2.Feiten

2.1.
Securitas is een bedrijf dat opsporings- en beveiligingsdiensten aanbiedt.
2.2.
[eiser] is op 27 januari 2025 bij Securitas in dienst getreden (als beveiliger A) op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
2.3.
Het salaris van [eiser] bedraagt € 20,70 bruto per uur / € 3.145,34 bruto per 4 weken, exclusief 8% vakantiebijslag.
2.4.
De CAO Particuliere Beveiliging is op de arbeidsovereenkomst van toepassing.
2.5.
[eiser] heeft zich op 18 augustus 2025 tijdens zijn vakantie in Marokko ziekgemeld. Op advies van de bedrijfsarts heeft Securitas hem toen in de gelegenheid terug te keren naar Nederland en zijn werkzaamheden per 11 september 2025 te hervatten. [eiser] is op dat moment niet teruggekeerd uit Marokko en heeft zich opnieuw ziekgemeld. Omdat de bedrijfsarts geen medische beperkingen of reisbeperking kon vaststellen, heeft Securitas de loonbetaling per 12 september 2025 gestaakt. Na een gesprek op 31 oktober 2025 heeft [eiser] zich weer ziekgemeld. De bedrijfsarts heeft vervolgens op 25 november 2025 geadviseerd nader onderzoek te laten verrichten om meer duidelijkheid te verkrijgen over de medische situatie van [eiser]. Daartoe is expertisebureau ICARA ingeschakeld. Op 6 januari 2026 heeft de bedrijfsarts geadviseerd alsnog uit te gaan van arbeidsongeschiktheid vanaf 24 november 2025. Daarop heeft Securitas het loon vanaf 24 november 2025 alsnog betaald. In de probleemanalyse van de bedrijfsarts van 12 februari 2026 staat dat er opnieuw onderzoek wordt gedaan om de vraag te beantwoorden of sprake was van eerder medisch verzuim in de periode van 12 september 2025 tot 24 november 2025. Bij e-mail van 16 februari 2026 heeft Securitas aan [eiser] meegedeeld dat zij heeft besloten het ziekteverzuim over de periode van 12 september tot en met 23 november 2025 te accepteren en dat dit betekent dat sprake is van ziekteverzuim vanaf 18 augustus 2025. Zij heeft het salaris over de betreffende periode alsnog aan [eiser] uitbetaald.
2.6.
In het door ICARA opgestelde medische expertiserapport van 4 februari 2026 staat dat [eiser] een klachtenpatroon van angst- en panieksymptomen vertoont, duidelijk situationeel en cognitief getriggerd door gedachten aan werk en arbeidsconflict. Ook staat in dat rapport dat directe confrontatie met werkgever leidt tot escalatie van de klachten, dat bemiddeling hierin rust zou kunnen brengen en dat de inschatting is dat veel klachten zullen verdwijnen na oplossen van het arbeidsconflict.
2.7.
De bedrijfsarts heeft mediation geadviseerd (wat onder meer blijkt uit de probleemanalyse van 12 februari 2026 en het plan van aanpak van 23 februari 2026).
2.8.
Bij e-mail van 2 maart 2026 heeft [eiser] Securitas gewezen op stagnatie in zijn re-integratieproces en heeft hij een voorstel tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden gedaan. Bij die e-mail heeft hij ook aangekondigd dat hij bij het uitblijven van een akkoord een procedure voor een deskundigenoordeel bij het UWV zal starten.
2.9.
In reactie daarop heeft Securitas bij e-mail van 3 maart 2026 aan [eiser] meegedeeld dat zij graag naar een oplossing wil toewerken. Zij heeft er op gewezen dat de bedrijfsarts op 27 februari 2026 heeft geoordeeld dat er geen beperkingen bestaan om fysiek aan tafel te verschijnen, maar dat [eiser] bij de mediator heeft aangegeven dat hij geen data gaat faciliteren voor een fysieke bijeenkomst zolang de toetsing (inzake het deskundigenoordeel) bij het UWV duurt. Securitas heeft er op gewezen dat het aanvragen van een deskundigenoordeel geen opschortende werking heeft ten aanzien van de re-integratieverplichtingen en dat een gesprek aan tafel nodig is om zaken met elkaar uit te praten. Zij is bereid mee te werken aan een beëindigingsovereenkomst, maar kan de daartoe door [eiser] gestelde voorwaarden niet accepteren. Securitas heeft meegedeeld dat zij uiterlijk 8 maart 2026 van [eiser] wil horen wanneer hij (en/of een jurist) een gesprek met Securitas kan voeren ‘over redelijke afspraken met een beëindigingsovereenkomst’ en dat – als [eiser] daar geen gehoor aan geeft – zij dat in combinatie met het weigeren van mediation ziet als herhaaldelijk weigerachtig gedrag bij re-integratie verplichtingen. Securitas heeft daarbij heeft aangekondigd dat zij per 9 maart 2026 het loon gaat stopzetten als partijen geen afspraak voor een gesprek kunnen maken om tot een oplossing te komen. Zij zal dan ook een deskundigenoordeel bij het UWV aanvragen.
2.10.
Bij e-mail van 4 maart 2026 heeft [eiser] een voorstel voor beëindiging van het dienstverband gedaan, waarbij hij heeft aangegeven dat hij uitsluitend schriftelijk bereikbaar is voor een formeel akkoord, uiterlijk om 17.00 uur. Bij e-mail van diezelfde datum (17.00 uur) heeft hij aangekondigd dat zijn aanbod onherroepelijk is komen te vervallen en dat hij het deskundigenoordeel zal aanvragen. Bij e-mail van 5 maart 2026 heeft [eiser] meegedeeld dat hij de voorgaande avond het deskundigenoordeel heeft aangevraagd en dat hij uitsluitend nog schriftelijk met Securitas, HR en de bedrijfsarts zal communiceren. Ook heeft hij in die e-mail meegedeeld dat hij erop vertrouwt dat Securitas de loonstop intrekt en de uitslag van het aangevraagde deskundigenoordeel afwacht.
2.11.
Het door [eiser] op 4 maart 2026 aangevraagde deskundigenoordeel betreft de vraag of Securitas genoeg heeft gedaan om hem [eiser] aan het werk te helpen. In die aanvraag verwijt [eiser] Securitas dat zij het re-integratieproces ernstig heeft belemmerd door eenzijdig een werkhervattingsplan in AFAS te plaatsen, door medisch advies te negeren door fysieke gesprekken te eisen tegen het advies van de psychiater van ICARA in, door te dreigen met loonstops en door tegenstrijdige instructies te geven.
2.12.
In reactie op de e-mail van [eiser] van 5 maart 2026 heeft Securitas bij e-mail van 9 maart 2026 aangegeven dat de door de bedrijfsarts geadviseerde poging om via mediation tot een oplossing te komen niet is gelukt en dat de aanvraag van het deskundigenoordeel niet afdoet aan de re-integratieverplichtingen van [eiser], zodat dat deskundigenoordeel niet zal worden afgewacht. Securitas heeft meegedeeld dat zij blijft bij haar standpunt dat [eiser] herhaaldelijk weigerachtig gedrag vertoont bij re-integratieverplichtingen, omdat zij geen mogelijkheid heeft gekregen om uiterlijk 8 maart 2026 een afspraak te maken om een gesprek te voeren. Daarbij heeft zij er op gewezen dat zonder gesprek de conflictsituatie niet kan worden opgelost. Securitas heeft meegedeeld dat zij daarom per 9 maart 2026 overgaat tot een loonstop. Met ingang van die datum heeft Securitas de loonbetaling aan [eiser] ook daadwerkelijk gestopt.
2.13.
Bij e-mail van zijn (toenmalige) gemachtigde van 13 mei 2026 heeft [eiser] Securitas vergeefs gesommeerd de loopstop terug te draaien en het salaris te betalen. Daarna heeft Assel deze kort geding procedure aangespannen.

3.Het geschil

3.1.
Na aanpassing van de eis in zijn pleitnota vordert [eiser] – kort samengevat – veroordeling van Securitas tot betaling van het loon (inclusief vakantiegeld) vanaf 9 maart 2026 tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50%, de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente over het achterstallige loon, de wettelijke verhoging en de incassokosten. Ook vordert [eiser] dat Securitas in de proceskosten en nakosten wordt veroordeeld (met de wettelijke rente).
​3.2. [eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat Securitas ten onrechte per 9 maart 2026 de loonbetaling heeft stopgezet. [eiser] heeft namelijk voldaan aan zijn re-integratieverplichtingen. Hij heeft de door de bedrijfsarts voorgestelde mediation niet geweigerd, maar heeft alleen verzocht deze in schriftelijke vorm (via online asynchrone schriftelijke communicatie) te laten plaatsvinden. Securitas had daarmee moeten instemmen.
3.3.
[eiser] heeft spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening, omdat hij door de uitblijvende loonbetaling in financiële nood is komen te verkeren: hij kan de betalingsregeling met zijn verhuurder niet nakomen waardoor ontruiming dreigt en bovendien wordt een voorschot teruggevorderd door de gemeente Amsterdam.
3.4.
Securitas is van mening dat de vordering moet worden afgewezen en dat [eiser] in de proceskosten moet worden veroordeeld. Zij voert als verweer aan – kort samengevat – dat de loonstop gerechtvaardigd is, omdat [eiser] niet heeft meegewerkt aan zijn re-integratie. [eiser] heeft onredelijke voorwaarden gesteld waardoor de mediation niet van de grond is gekomen.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang
4.1.
Bij het treffen van een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De kantonrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist.
4.2.
De vordering van [eiser] in dit kort geding is een vordering tot betaling van achterstallig loon (tijdens ziekte). Een dergelijke vordering is op zichzelf naar haar aard spoedeisend. Securitas heeft ook niet betwist dat [eiser] door de uitblijvende loonbetaling in financiële problemen is gekomen. Hierom is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] een voldoende spoedeisend belang heeft bij een beslissing op zijn vordering.
Geen deskundigenoordeel vereist
4.3.
De vordering van [eiser] betreft een vordering tot betaling van loon tijdens arbeidsongeschiktheid wegens ziekte. De verplichting om in dat geval een deskundigenverklaring in het geding te brengen [1] , geldt niet in kort geding. Het is aan de rechter overgelaten te oordelen dat overlegging van een verklaring toch wenselijk is [2] . De kantonrechter vindt overlegging van een deskundigenverklaring door [eiser] niet nodig. Zij zal de vordering van [eiser] dan ook beoordelen.
Loonstop terecht
4.4.
In de wet [3] staat dat de wegens ziekte arbeidsongeschikte werknemer geen recht heeft op loon voor de tijd gedurende welke hij zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door de werkgever of door een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de werknemer in staat te stellen passende arbeid [4] te verrichten. Die deskundige kan een bijvoorbeeld een bedrijfsarts zijn.
4.5.
De kantonrechter begrijpt de e-mails van Securitas van 3 maart 2026 en 9 maart 2026 aldus, dat Securitas de loonbetaling aan [eiser] heeft gestopt omdat [eiser] onvoldoende heeft meegewerkt aan de pogingen van Securitas om (onder meer middels mediation) met elkaar in gesprek te komen om tot een oplossing van het arbeidsconflict te komen. De omstandigheid dat Securitas daarbij ook bereid was te spreken over een door [eiser] gewenste beëindiging van de arbeidsovereenkomst (wat niet gericht is op het verrichten van passende arbeid) maakt dat naar het oordeel van de kantonrechter niet anders.
4.6.
De kantonrechter is van oordeel dat Securitas de loonbetaling aan [eiser] terecht heeft gestopt. Dat legt zij hieronder uit.
4.7.
In de door de bedrijfsarts opgestelde probleemanalyse van 12 februari 2026 staat (onder 6.3.):
‘Betrokkene heeft wel benutbare arbeidsmogelijkheden, echter pas nadat de conflictsituatie is opgelost kan er gestart worden met werkhervatting in een opbouwend schema.’Ook staat in de probleemanalyse (onder 7.1.):
‘Wat zijn thans de mogelijkheden voor werk? Antwoord: pas nadat bemiddeling (mediation) heeft plaatsgevonden. Wat is de prognose? Antwoord: goed en mede afhankelijk van resultaat mediation.’
4.8.
Hieruit blijkt dat de bedrijfsarts mediation een noodzakelijke stap vindt in het re-integratieproces van [eiser].
4.9.
In de spreekuurrapportage van de bedrijfsarts van 27 februari 2026 staat:
‘Zijn er (medische) beperkingen om fysiek aan tafel te verschijnen bij de Mediation gesprekken? Antwoord: nee.’In de overgelegde e-mail van de bedrijfsarts van 3 juni 2026 bevestigt de bedrijfsarts nog eens dat het zijn oordeel is geweest dat [eiser] fysiek zou moeten kunnen deelnemen aan mediation en geeft hij aan dat hij de rapportage van het expertisebureau (ICARA) geeft meegewogen bij dat oordeel.
4.10.
[eiser] heeft erkend dat als een bedrijfsarts mediation adviseert, beide partijen in principe verplicht zijn daaraan mee te werken. Hij voert echter aan dat hij in dit geval in redelijkheid niet verplicht was het mediation advies van de bedrijfsarts op te volgen, omdat Securitas ten onrechte heeft geweigerd de mediation in schriftelijke vorm te laten plaatsvinden. [eiser] stelt in dat verband dat in het ICARA rapport directe visuele of verbale confrontaties met vertegenwoordigers van Securitas medisch dringend worden afgeraden wegens het grote risico op escalatie van zijn hart- en paniekklachten. Ook stelt [eiser] (onder verwijzing naar de e-mail van de mediator van 3 maart 2026, productie 10 bij dagvaarding) dat de mediator schriftelijk heeft bevestigd dat de insteek van [eiser] vanaf het begin uitsluitend de schriftelijke vorm van online mediation betrof.
4.11.
De kantonrechter volgt het standpunt van [eiser] niet. Uit het ICARA rapport valt niet af te leiden dat visuele of verbale confrontatie met Securitas wegens de medische klachten van [eiser] niet mogelijk is. In dat rapport staat weliswaar
‘Directe confrontatie met werkgever leidt op dit moment tot escalatie van de klachten’,maar daaraan wordt toegevoegd
‘Bemiddeling zou hierin rust kunnen brengen.’Ook staat in dat rapport
‘De inschatting is dat veel klachten zullen verdwijnen na oplossen van het arbeidsconflict.’De bedrijfsarts heeft (met meeweging van dat rapport) geoordeeld dat [eiser] geen (medische) beperkingen heeft om fysiek deel te nemen aan de mediation. Van [eiser] kon dus in redelijkheid worden verwacht dat hij in fysieke vorm aan de mediation zou deelnemen. Overigens blijkt uit de door [eiser] bedoelde brief van de mediator helemaal niet dat de insteek van [eiser] ‘de schriftelijke vorm van online mediation’ betrof. In die brief staat slechts dat een online mediationgesprek een mogelijkheid is, wat Securitas – onweersproken – ook bereid was te faciliteren. [eiser] is ook daarmee niet akkoord gegaan en was alleen bereid tot schriftelijke mediation, wat hij ter zitting nog eens heeft bevestigd. Daarmee heeft [eiser] niet aan zijn re-integratieverplichtingen voldaan. Daar komt nog bij dat [eiser] de geheimhoudingsverklaring in het kader van de voorfase van de mediation niet ondertekend aan de mediator heeft geretourneerd.
4.12.
Evenmin heeft [eiser] gehoor gegeven aan de oproep van Securitas om in gesprek te gaan om tot een oplossing te komen. Ook in dit opzicht geldt dat [eiser] zich er niet op mocht beroepen dat hij uitsluitend schriftelijk kan communiceren, omdat dit niet volgt uit de medische beoordeling van de bedrijfsarts en het ICARA-rapport.
Conclusie: afwijzing van de vorderingen
4.13.
De conclusie is dat [eiser] zonder deugdelijke grond heeft geweigerd mee te werken aan de door Securitas en de bedrijfsarts gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht waren om hem in staat te stellen passende arbeid te verrichten. [5] [eiser] heeft daarom geen recht op het gevorderde loon vanaf 9 maart 2026. Daarom zullen de vorderingen van [eiser] worden afgewezen.
Proceskosten
4.14.
[eiser] krijgt dus ongelijk. Omdat het gaat om een vordering tot betaling van loon tijdens ziekte kan de werknemer ([eiser]) echter alleen in de proceskosten van de werkgever worden veroordeeld in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. [6] Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. Daarom zal de kantonrechter bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.J. Berkers en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.
De griffier, De kantonrechter,

Voetnoten

1.Zie artikel 7:629a lid 1 BW.
2.Zie Kluwer Tekst en Commentaar bij artikel 7:629a BW aantekening 1.
3.Zie artikel 7:629 lid 3 onderdeel Pro d BW.
4.Zoals bedoeld in artikel 7:658a lid 4 BW.
5.Zoals bedoeld in artikel 7:629 lid 3 onderdeel Pro d BW.
6.Zie artikel 7:629a lid 6 BW.