ECLI:NL:RBNHO:2026:9016

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
K/4101/12137270
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:650 BWArt. 7:653a lid 1 BWArt. 7:673 lid 7 onderdeel c BWArt. 7:677 lid 1 BWArt. 7:677 lid 2 jo. lid 3 sub a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet wegens nevenwerkzaamheden tijdens arbeidsongeschiktheid

De werknemer, sinds 2018 in dienst als kwaliteitsmedewerker bij Gourmet Trading, werd op staande voet ontslagen omdat zij tijdens haar arbeidsongeschiktheid nevenwerkzaamheden verrichtte zonder toestemming van de werkgever. Ondanks dat zij aan de werkgever en bedrijfsarts had gemeld niet te kunnen re-integreren, startte zij een eigen onderneming en was zij fysiek actief in een pakketpunt.

De kantonrechter oordeelde dat het verbod op nevenwerkzaamheden in de arbeidsovereenkomst geldig is en dat de werknemer dit verbod heeft overtreden. Verklaringen van medewerkers en de werkgever, ondersteund door Whatsappberichten, toonden aan dat de werknemer fysieke werkzaamheden verrichtte, hetgeen zij zelf betwistte zonder voldoende bewijs.

Het ontslag werd als onverwijld en rechtsgeldig beoordeeld, mede omdat de werknemer tijdens het gesprek over haar nevenwerkzaamheden onwaarheden heeft verteld, waardoor het vertrouwen onherstelbaar werd geschaad. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag en loonbetaling werd afgewezen. De werkgever kreeg wel recht op de gefixeerde schadevergoeding, maar de gevorderde boete wegens overtreding van het nevenwerkzaamhedenbeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is gegeven door de kantonrechter op 7 juli 2026.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig gegeven wegens het verrichten van nevenwerkzaamheden tijdens arbeidsongeschiktheid zonder toestemming, en de werkgever krijgt recht op de gefixeerde schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 12137270 \ AO VERZ 26-27 (NE)
Beschikking van 7 juli 2026
in de zaak van
[verzoekster],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. J. Dewor,
tegen
de besloten vennootschap Gourmet Trading B.V.,
te Lutjebroek,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: Gourmet Trading,
gemachtigde: mr. M.H.A. Gobes.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werknemer om vernietiging van een ontslag op staande voet. De kantonrechter wijst het verzoekt af, omdat het ontslag (rechts)geldig is. De werknemer heeft nevenwerkzaamheden verricht tijdens haar arbeidsongeschiktheid, terwijl zij aan de werkgever heeft laten weten dat zij (ondanks het advies van de bedrijfsarts) niet kan re-integreren. Deze handelwijze is zo ernstig van aard dat dit kwalificeert als een dringende reden voor het gegeven ontslag op staande voet. Het tegenverzoek van de werkgever om toekenning van de gefixeerde schadevergoeding wordt toegewezen. De overige tegenverzoeken van de werkgever worden afgewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift, met een tegenverzoek
- de brief van 5 juni 2026 met nadere stukken van [verzoekster]
- de mondelinge behandeling van 9 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoekster] , geboren [geboortedatum] 1985, is sinds 14 mei 2018 in dienst bij Gourmet Trading. De functie van [verzoekster] is kwaliteitsmedewerker met een loon van € 2.905,60 bruto per vier weken exclusief vakantietoeslag en andere emolumenten op basis van een arbeidsomvang van 40 uur per week. De werktijden van [verzoekster] zijn maandag tot en met vrijdag van 6.45 tot 16.00 uur.
2.2.
In artikel 12.1 van de arbeidsovereenkomst van [verzoekster] is een verbod op het verrichten van nevenactiviteiten opgenomen dat als volgt luidt:
“Behoudens vooraf verkregen schriftelijke toestemming van werkgever is het werknemer tijdens zijn dienstverband niet toegestaan om andere, al dan niet gehonoreerde, functies en/of werkzaamheden te aanvaarden c.q. te verrichten, noch voor eigen rekening, noch voor derden, noch om niet.”
2.3.
In artikel 14 van Pro de arbeidsovereenkomst is het volgende boetebeding opgenomen:
“Bij overtreding van het bepaalde in de artikelen 12 en 13 zal werknemer, zonder dat enige ingebrekestelling is vereist, per overtreding een direct opeisbare boete ten behoeve van werkgever verbeuren ten bedrage van twee bruto periodesalarissen, te vermeerderen met een bedrag van € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte van de dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd het recht van werkgever om in plaats van de boete volledige schadevergoeding te vorderen. Hiermee wordt - voor zover vereist - uitdrukkelijk afgeweken van het bepaalde in artikel 7:650 leden Pro 3 t/m 5 BW.”
2.4.
In artikel 6.3. van de bij Gourmet Trading geldende bedrijfsregels is opgenomen:
“Tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid verricht de medewerker geen activiteiten (bijvoorbeeld sport of betaald/onbetaald werk) die de genezing in de weg kunnen staan. Toegestaan zijn activiteiten die voor het herstel zijn voorgeschreven of waarvoor de bedrijfsarts toestemming heeft gegeven.”
2.5.
[verzoekster] heeft zich op 13 augustus 2024 ziek gemeld. Uit de rapportages van de bedrijfsarts blijkt dat [verzoekster] niet belastbaar is om te re-integreren.
2.6.
Op 2 oktober 2024 heeft [verzoekster] de eenmanszaak [de eenmanszaak] bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven met als activiteiten onder andere detailhandel in tweedehands goederen (via internet), interieurreiniging van gebouwen, verhuur van aanhangwagens en bouwgereedschap en de exploitatie van een pakketpunt.
2.7.
[verzoekster] heeft op 14 april 2025 aan Gourmet Trading toestemming gevraagd voor het starten van een eigen onderneming. In een e-mail van 14 april 2025 heeft de leidinggevende van [verzoekster] het verzoek doorgegeven aan de bestuurster van Gourmet Trading en daarin zijn bedenkingen geuit:
“Ze is volledig ziekgemeld en de bedrijfsarts geeft aan dat ze niet in staat is om zelfs maar een uurtje administratief werk voor ons te doen. Tegelijkertijd lijkt ze wel in staat om gereedschap en huishoudelijke apparatuur te verkopen. Dat zijn geen spullen die je zomaar in de woonkamer hebt staan. We kunnen hier niet akkoord mee gaan.”. De bestuurster heeft dezelfde dag per e-mail geantwoord dat geen toestemming wordt gegeven. De leidinggevende heeft per e-mail van 18 april 2025 aan de bestuurster laten weten dat hij [verzoekster] die ochtend heeft gesproken en aan haar heeft meegedeeld dat Gourmet Trading geen toestemming kan verlenen zolang zij nog volledig arbeidsongeschikt is.
2.8.
Na een jaar volledige arbeidsongeschiktheid heeft de bedrijfsarts op 26 augustus 2025 een inzetbaarheidsprofiel opgesteld en daarin vastgesteld dat [verzoekster] onder andere sterk beperkt is in torderen, duwen, trekken, tillen, dragen, traplopen, klimmen, knielen, hurken, staan en boven schouderhoogte actief zijn en beperkt is in reiken, buigen, lopen en zitten en dat zij niet kan werken.
2.9.
De conclusie in het arbeidsdeskundig rapport van 19 september 2025 is dat [verzoekster] als gevolg van een medische aandoening op dat moment niet in staat is om het eigen werk als kwaliteitsmedewerker uit te voeren en dat er bij Gourmet Trading op dat moment geen andere functies zijn aan te wijzen die [verzoekster] mogelijk duurzaam zou kunnen uitvoeren. Omdat er nog geen concreet perspectief op een structurele werkhervatting bij Gourmet Trading is, moet een werkplekonderzoek worden uitgevoerd om te bezien of het eigen werk passend kan worden gemaakt en moet [verzoekster] worden begeleid naar passende arbeid bij een andere werkgever.
2.10.
Gourmet Trading heeft naar aanleiding van het arbeidsdeskundig rapport opdracht gegeven om een tweede spoor traject in gang te zetten.
2.11.
In de rapportage van de bedrijfsarts van 8 december 2025 staat dat re-integratie van [verzoekster] kan worden gestart en dat kan worden aangevangen met vervangende lichte werkzaamheden in een warme ruimte gedurende twee werkdagen van twee uur per week.
2.12.
Naar aanleiding van deze rapportage heeft Gourmet Trading contact opgenomen met [verzoekster] om het opstarten van re-integratie te bespreken. In een e-mail van 18 december 2025 heeft [verzoekster] aan Gourmet Trading laten weten dat zij bezwaar heeft gemaakt tegen het advies van de bedrijfsarts en dat zij niet in staat is om te werken en te starten met re-integratie. Gourmet Trading heeft vervolgens verzocht om een herzien advies van de bedrijfsarts.
2.13.
Op 31 december 2025 heeft Gourmet Trading aan [verzoekster] geschreven dat zij nog geen herzien advies van de bedrijfsarts heeft ontvangen en dat als dat er niet komt, Gourmet Trading in gesprek gaat met [verzoekster] over het opstarten van de re-integratie. [verzoekster] heeft daarop een e-mail van de praktijkondersteuner van de bedrijfsarts met Gourmet Trading gedeeld waarin staat dat [verzoekster] een heldere onderbouwing heeft gegeven van haar gewijzigde situatie en de oorzaak dat zij niet kan re-integreren en dat de bedrijfsarts een nieuwe terugkoppeling zal maken tijdens het volgende spreekuur.
2.14.
Op 8 januari 2026 heeft de bestuurster van Gourmet Trading een Whatsappbericht ontvangen van een medewerker van Gourmet Trading dat [verzoekster] in een pakketpunt aan het werk was. De bestuurster is daarna rond 9:10 uur langsgegaan bij het pakketpunt. Op 9 januari 2026 is de HR medewerker van Gourmet Trading langsgegaan bij het pakketpunt.
2.15.
Op 9 januari 2026 heeft vervolgens een gesprek tussen [verzoekster] en Gourmet Trading plaatsgevonden. In dit gesprek heeft [verzoekster] verklaard dat het pakketpunt van haar partner is en zij zelf slechts in de ochtend tussen 10:00 en 11:00 uur in het pakketpunt aanwezig zijn om de koeriersdiensten te ontvangen. Na een onderbreking van het gesprek is [verzoekster] op staande voet ontslagen. Het ontslag is op 9 januari 2026 schriftelijk bevestigd, waarbij wordt geconcludeerd tot de volgende dringende reden:
“Alles overwegende zijn wij tot de conclusie gekomen dat uw handelswijze - waarbij u een eigen onderneming heeft opgericht waarin u persoonlijk zowel online als fysiek op locatie aan het werk bent terwijl u bij ons heeft aangegeven dat u op basis van uw huidige medische situatie niet in staat bent om te werken - voor ons onacceptabel is en een dringende reden voor een ontslag op staande voet vormt op grond waarvan uw arbeidsovereenkomst hierbij met onmiddellijke ingang wordt opgezegd. Dit betekent dat uw arbeidsovereenkomst per vandaag - 9 januari 2026 - tot een einde komt.”
2.16.
In de rapportage van de bedrijfsarts van 19 maart 2026 staat onder meer dat [verzoekster] valide medische klachten heeft waarvoor een voortgezet behandeltraject met medische interventie noodzakelijk is en dat er geen mogelijkheden voor re-integratie zijn vanwege de aard en prognose van de klachten en dat er ook sprake lijkt te zijn van een arbeidsconflict.

3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek

3.1.
[verzoekster] verzoekt de kantonrechter onder andere het ontslag op staande voet te vernietigen en Gourmet Trading te veroordelen tot betaling van loon. Subsidiair maakt [verzoekster] aanspraak op verschillende vergoedingen.
3.2.
Volgens [verzoekster] is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. [verzoekster] voert het volgende aan. [verzoekster] is volledig arbeidsongeschikt. Via haar eenmanszaak verricht [verzoekster] werkzaamheden die beperkt van omvang en niet fysiek van aard zijn. Het verbod op nevenwerkzaamheden is nietig, omdat de verwijzing naar arbeidsongeschiktheid niet kan worden aangemerkt als een objectieve rechtvaardigheidsgrond. [verzoekster] kan dan ook niet worden gehouden aan dat verbod. Voor zover het verbod wel geldig is, geldt dat het verbod niet is overtreden. [verzoekster] heeft over de nevenwerkzaamheden openheid van zaken gegeven aan Gourmet Trading en de bedrijfsarts, die daarvoor (impliciet) toestemming hebben gegeven. De werkzaamheden hebben [verzoekster] niet belemmerd in haar herstel. Het had op de weg van Gourmet Trading gelegen daarover eerst advies van de bedrijfsarts in te winnen. Verder was [verzoekster] op 8 januari 2026 omstreeks 9:10 uur niet op het pakketpunt aanwezig en deed zij op 9 januari 2026 alleen het pakketpunt open voor koeriers. De verwijten van Gourmet Trading missen dan ook feitelijke grondslag en daarom kan geen sprake zijn van een dringende reden. Ook zijn de gevolgen van het ontslag voor [verzoekster] onvoldoende meegewogen, heeft Gourmet Trading [verzoekster] geen gelegenheid gegeven haar kant van het verhaal toe te lichten en is het ontslag niet onverwijld gegeven. Haar onderneming was immers al op 2 oktober 2024 ingeschreven en [verzoekster] was hier open over naar Gourmet Trading.
3.3.
Gourmet Trading voert verweer en stelt dat [verzoekster] niet-ontvankelijk is in haar vorderingen vanwege de vervaltermijn en subsidiair dat het verzoek moet worden afgewezen. Gourmet Trading voert ‑ samengevat ‑ aan dat zij in de eerste week van januari 2026 signalen van medewerkers ontving dat [verzoekster] werkzaam was in een pakketpunt waar zij ook goederen zou verkopen. Nadat Gourmet Trading [verzoekster] op 8 en 9 januari 2026 zelf (fysiek) aan het werk had gezien, heeft een gesprek plaatsgevonden op 9 januari 2026. De verklaring die [verzoekster] daarbij gaf was ongeloofwaardig. In dat gesprek is [verzoekster] vervolgens op staande voet ontslagen. Gourmet Trading heeft vertrouwd op de verklaringen van [verzoekster] dat zij in het geheel niet kan werken en niet kan starten met re-integreren. Gourmet Trading heeft als goed werkgever alles gedaan wat in het kader van het re-integratietraject van haar mag worden verwacht en moet er vervolgens begin 2026 achter komen dat [verzoekster] al sinds oktober 2024 een eigen onderneming runt waarvoor zij aan het werk is, dat zij in het pakketpunt zelfs fysieke werkzaamheden verricht die uitdrukkelijk door de bedrijfsarts zijn beperkt en notabene op tijdstippen die binnen haar werktijden bij Gourmet Trading vallen. Daarmee heeft zij het noodzakelijke vertrouwen dat Gourmet Trading als werkgever in haar moet hebben beschaamd en is zij het vertrouwen van Gourmet Trading onwaardig geworden. Als mee te wegen omstandigheid geldt daarbij dat [verzoekster] ook de bedrijfsregels en het verbod op nevenwerkzaamheden heeft geschonden.
3.4.
Gourmet Trading heeft een tegenverzoek gedaan. Gourmet Trading verzoekt een verklaring voor recht dat het gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is, veroordeling van [verzoekster] tot betaling van de vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een verklaring voor recht dat [verzoekster] het verbod op nevenactiviteiten heeft overtreden en veroordeling van [verzoekster] tot betaling van verbeurde contractuele boetes van
€ 469.811,20. Verder vordert Gourmet Trading voorwaardelijk, namelijk voor zover het ontslag op staande voet wordt vernietigd, dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.

4.De beoordeling van het verzoek

Verweer niet ontvankelijkheid slaagt niet
4.1.
[verzoekster] heeft binnen de vervaltermijn een verzoekschrift ingediend tegen Gourmet B.V. Na de vervaltermijn is een verzoek tot rectificatie gedaan met Gourmet Trading als verwerende partij. Gourmet Trading stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter het rectificatieverzoek ten onrechte heeft toegestaan en [verzoekster] vanwege de vervaltermijn niet ontvankelijk is in haar verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet.
4.2.
De kantonrechter ziet in hetgeen Gourmet Trading heeft aangevoerd, geen aanleiding voor een ander oordeel dan al gegeven in de tussenbeschikking van 28 april 2026, waarin rectificatie is toegestaan in die zin dat als verwerende partij Gourmet Trading geldt. [1] [verzoekster] heeft een evidente vergissing gemaakt door het verzoekschrift tegen de verkeerde rechtspersoon te richten en door deze vergissing is Gourmet Trading naar het oordeel van de kantonrechter niet benadeeld of in haar verdediging geschaad. De kantonrechter verwijst hierbij naar de in de tussenbeschikking gegeven motivering.
Waar gaat het om in deze zaak?
4.3.
Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of Gourmet Trading moet worden veroordeeld tot betaling van loon.
Voorwaarden voor ontslag op staande voet
4.4.
Voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet moet sprake zijn van een onverwijlde opzegging wegens een dringende reden en die reden moet onverwijld aan de werknemer zijn meegedeeld. [2]
4.5.
Als dringende redenen voor een ontslag op staande voet worden beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. [3] De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen, in onderling verband en samenhang. [4] Tot deze omstandigheden behoren onder meer de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals diens leeftijd, de aard en duur van het dienstverband en de gevolgen van het ontslag op staande voet en moet in ieder geval rekening worden gehouden met de aard en de ernst van de dringende reden.
Er is een dringende reden
4.6.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.
4.7.
Gourmet Trading heeft (samengevat) aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd dat de handelwijze - waarbij [verzoekster] zowel online als fysiek op locatie aan het werk is in haar eigen onderneming, terwijl zij aan Gourmet Trading heeft meegedeeld dat zij op basis van haar huidige medische situatie in het geheel niet in staat is om te werken - onacceptabel is en een dringende reden voor een ontslag op staande voet vormt. Daarbij heeft Gourmet Trading meegewogen dat [verzoekster] de bedrijfsregels op grond waarvan tijdens ziekte geen activiteiten mogen worden verricht die de genezing in de weg kunnen staan en het verbod op nevenwerkzaamheden heeft geschonden en dat zij tijdens het gesprek daarover op 9 januari 2026 een leugenachtige verklaring heeft afgelegd.
4.8.
[verzoekster] betwist de dringende reden. Volgens [verzoekster] verrichtte ze alleen nevenwerkzaamheden die beperkt van omvang en niet fysiek van aard waren, opende ze bij het pakketpunt slechts de deur tussen 10:00 en 11:00 uur voor koeriers en werd het werk daar verder gedaan door haar partner. Ook had zij toestemming voor de nevenwerkzaamheden.
4.9.
Gourmet Trading heeft vier verklaringen en een aantal Whatsappberichten overgelegd waarmee zij heeft onderbouwd dat [verzoekster] zich actief bezig hield met het innemen en uitgeven van pakketten, waarbij zij ook fysieke werkzaamheden verrichtte door het aannemen en wegzetten van de pakketten. Een medewerker heeft verklaard dat hij [verzoekster] op 15 december 2025 om 20:00 uur (en twee keer na het ontslag) in het pakketpunt heeft gezien waarbij het overduidelijk was dat zij aan het werk was en ook bezig was met het ordenen van pakketten in hoge stellingen. In een Whatsappbericht aan de bestuurster van Gourmet Trading heeft deze medewerker verklaard dat de partner van [verzoekster] niet (zichtbaar) aanwezig was. Een andere medewerker heeft verklaard dat hij op 30 december 2025 omstreeks 19:30 uur in het pakketpunt was en heeft gezien dat [verzoekster] aan het werk was, dat zij [woonplaats] heeft geholpen door het pakket aan [woonplaats] te overhandigen en dat het pakket onderin een stellage lag en zij daarbij moest bukken en reiken. De bestuurster van Gourmet Trading heeft verklaard dat zij naar aanleiding van een Whatsappbericht van een medewerker van 8 januari 2025 om 8:54 uur dat [verzoekster] op het pakketpunt aan het werk is, het pakketpunt heeft bezocht omstreeks 9:10 uur en [verzoekster] daar actief werkzaamheden met pakketten zag verrichten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de bestuurster naar aanleiding van de betwisting door [verzoekster] dat zij op dat tijdstip in het pakketpunt aanwezig was, verklaard dat zij op anderhalve meter van de deuropening stond en [verzoekster] heeft herkend. Ten slotte heeft de HR medewerker verklaard dat zij [verzoekster] op 9 januari 2026 omstreeks 10:30 uur heeft gesproken in het pakketpunt, dat er drie wachtenden voor haar waren en dat [verzoekster] hen heeft geholpen door pakketten aan te nemen of te scannen, in een stellage te plaatsen en pakketten uit te geven. De HR medewerker heeft haar verklaring tijdens de mondelinge behandeling herhaald.
4.10.
De kantonrechter heeft geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van deze ingebrachte verklaringen die ook worden ondersteund door de Whatsappberichten en door verzendbewijzen van pakketten. De verklaringen zijn duidelijk en concreet en de bestuurster en HR medewerken hebben hun verklaringen tijdens de zitting verder toegelicht en herhaald. [verzoekster] heeft die verklaringen weliswaar betwist, maar zij heeft die betwisting niet onderbouwd. [verzoekster] heeft een verklaring van haar partner overgelegd waarin hij verklaart dat hij aanwezig was in het pakketpunt op 7, 8 en 9 januari 2026 om (onder andere) nieuwe stellingen te monteren en bekabeling aan te leggen en dat er op die dagen aangepaste openingstijden waren. Die verklaring doet niet af aan de door Gourmet Trading ingebrachte stellingen en verklaringen ter zake van de werkzaamheden op het pakketpunt. Dat de partner van [verzoekster] in het pakketpunt aan het werk was, sluit namelijk geenszins uit dat [verzoekster] daar zelf ook werkzaam was zoals door Gourmet Trading is gesteld en onderbouwd. Het voorgaande betekent dat de kantonrechter als onvoldoende betwist uitgaat van de juistheid van de stellingen en verklaringen zoals door Gourmet Trading ingebracht. Daarmee is komen vast te staan dat [verzoekster] naast de online (verkoop)werkzaamheden, die door [verzoekster] niet zijn betwist, ook fysieke werkzaamheden verrichtte in het pakketpunt op verschillende tijdstippen gedurende de dag en dat zij niet alleen dagelijks de deur opende voor koeriers tussen 10:00 en 11:00 uur, maar dat zij ook postpakketten uitgaf, aannam en verwerkte. Ook heeft Gourmet Trading tegenover de betwisting van [verzoekster] voldoende onderbouwd gesteld dat het pakketpunt zeven dagen in de week open was gedurende een groot deel van de dag en avond. Niet betwist is dat de partner van [verzoekster] een full-time dienstbetrekking had. Zijn werktijden in dienstbetrekking overlapten gedurende de dag (grotendeels) met de openingstijden van het pakketpunt. [verzoekster] heeft geen afdoende verklaring gegeven voor de wijze waarop het pakketpunt werd gerund gedurende de tijden dat haar partner er niet was en de kantonrechter acht dan ook voldoende aannemelijk gemaakt dat de werkzaamheden van [verzoekster] in het pakketpunt van wezenlijke omvang waren. De stelling van [verzoekster] dat de werkzaamheden beperkt in omvang en niet fysiek van aard waren volgt de kantonrechter dan ook niet. Daarmee komt ook vast te staan dat de verklaring die [verzoekster] heeft afgelegd op 9 januari 2026 tegenover Gourmet Trading niet naar waarheid is geweest.
4.11.
[verzoekster] heeft aangevoerd dat zij (impliciet) toestemming had voor het verrichten van de nevenwerkzaamheden van Gourmet Trading. [verzoekster] heeft weliswaar schriftelijk op 14 april 2025 toestemming gevraagd voor het starten van een onderneming, maar met de interne correspondentie tussen de leidinggevende en de bestuurster [5] , heeft Gourmet Trading aannemelijk gemaakt dat zij juist geen toestemming heeft verleend om nevenwerkzaamheden te verrichten. Uit deze correspondentie volgt dat het verzoek van [verzoekster] intern is besproken, de leidinggevende en bestuurster geen toestemming wilden geven en dat de leidinggevende dit mondeling met [verzoekster] heeft besproken. [verzoekster] heeft haar standpunt vervolgens niet nader onderbouwd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan. Dat geldt ook voor het standpunt van [verzoekster] dat zij toestemming had van de bedrijfsarts. Een dergelijke toestemming is niet vermeld in de rapportages van de bedrijfsarts en is verder niet onderbouwd. Gourmet Trading heeft onvoldoende betwist gesteld dat zij pas begin 2026 op de hoogte kwam van het feit dat [verzoekster] - ondanks dat toestemming daartoe was geweigerd – nevenwerkzaamheden verrichtte.
4.12.
De kantonrechter volgt [verzoekster] niet in haar stelling dat het nevenwerkzaamhedenbeding in de arbeidsovereenkomst nietig is. Op grond van de wet is een beding waarbij de werkgever verbiedt of beperkt dat de werknemer voor anderen arbeid verricht buiten de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht bij die werkgever nietig, tenzij dit beding kan worden gerechtvaardigd op grond van een objectieve reden. [6] Van strijd met deze bepaling is geen sprake voor wat betreft de werkzaamheden die werden uitgevoerd binnen de tijdstippen waarop [verzoekster] – als zij arbeidsgeschikt was – werkzaam was bij Gourmet Trading. Hiervoor is vastgesteld dat [verzoekster] ook tijdens regulieren werktijden nevenwerkzaamheden verrichtte, zodat het nevenwerkzaamheden-verbod daarop wel van toepassing is. Voor wat betreft nevenwerkzaamheden op tijdstippen buiten werktijd geldt naar het oordeel van de kantonrechter dat de omstandigheid dat [verzoekster] volledig arbeidsongeschikt was en geen mogelijkheden voor re-integratie had, een objectieve reden vormt voor rechtvaardiging van het nevenwerkzaamhedenbeding. Dit te meer vanwege de eigen stelling van [verzoekster] dat zij ernstige fysieke beperkingen heeft als gevolg van een drievoudige rughernia.
4.13.
Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat [verzoekster] tijdens haar (volledige) arbeidsongeschiktheid in strijd met het verbod tot het verrichten van nevenwerkzaamheden en de bedrijfsregels nevenwerkzaamheden heeft verricht, terwijl toestemming voor nevenwerkzaamheden door Gourmet Trading expliciet is geweigerd. [verzoekster] heeft gedurende haar ziekteperiode steeds aangegeven dat zij vanwege haar fysieke (en vanaf oktober 2025 ook mentale) beperkingen in het geheel niet kan werken, hetgeen door de bedrijfsarts is bevestigd. Nadat de bedrijfsarts in zijn rapportage van 8 december 2025 heeft vermeld dat [verzoekster] kan beginnen met re-integratie in vervangende lichte werkzaamheden, heeft [verzoekster] daartegen op 18 december 2026 bezwaar gemaakt en heeft zij gemeld nog steeds helemaal niet te kunnen werken vanwege haar fysieke beperkingen, waarna Gourmet Trading de re-integratie heeft opgeschort. Deze melding van [verzoekster] verhoudt zich niet tot het feit dat [verzoekster] (zonder medeweten van Gourmet Trading) wel nevenwerkzaamheden van wezenlijke omvang en van fysieke aard verrichtte waarbij [verzoekster] met postpakketten in de weer was, terwijl in de rapportages van de bedrijfsarts juist (sterke) fysieke beperkingen zijn aangenomen ten aanzien van tillen, dragen, reiken, hurken, buigen, lopen en staan. Nadat [verzoekster] hiermee werd geconfronteerd op 9 januari 2026 heeft zij vervolgens gelogen over de omvang en aard van haar nevenwerkzaamheden. Daarmee heeft [verzoekster] het vertrouwen van Gourmet Trading onomkeerbaar beschadigd. Deze handelwijze van [verzoekster] is zo ernstig van aard dat dit kwalificeert als een dringende reden voor het gegeven ontslag op staande voet. Dat [verzoekster] arbeidsongeschikt is en dat de gevolgen van een ontslag op staande voet zeer ingrijpend zijn gelet op haar situatie, legt, gezien de ernst van de feiten die de dringende reden vormen, onvoldoende gewicht in de schaal om tot een ander oordeel te komen.
Het ontslag is onverwijld gegeven
4.14.
Ook moet worden beoordeeld of het ontslag onverwijld is gegeven. Hiervoor is beslissend het tijdstip waarop de dringende reden tot dat ontslag ter kennis is gekomen van degene die bevoegd was het ontslag te verlenen.
4.15.
Gourmet Trading heeft onderbouwd dat zij pas voor het eerst in de eerste week van januari 2026 signalen ontving van medewerkers over de werkzaamheden van [verzoekster] in het pakketpunt en dat zij daarna direct onderzoek heeft ingesteld in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en op sociale media. Vervolgens is Gourmet Trading na een melding van een medewerker dat [verzoekster] weer in het pakketpunt aan het werk was, op 8 en 9 januari 2026 gaan kijken en heeft daarover een gesprek plaatsgevonden, waarna [verzoekster] op staande voet is ontslagen onder vermelding van de dringende reden die dezelfde dag op papier is bevestigd. De kantonrechter is van oordeel dat Gourmet Trading aldus voortvarend heeft gehandeld en dat sprake is van een onverwijld gegeven ontslag op staande voet waarbij de dringende reden onverwijld is meegedeeld.
Conclusie: het ontslag is rechtsgeldig gegeven
4.16.
De kantonrechter is concluderend van oordeel dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven en wijst het verzoek van [verzoekster] tot vernietiging van het ontslag op staande voet daarom af. Ook de verzoeken tot doorbetaling van loon, oproeping van [verzoekster] voor het spreekuur bij de bedrijfsarts en plaatsing van een rectificatie worden daarom afgewezen. Het subsidiaire verzoek van [verzoekster] tot toekenning van een billijke vergoeding en gefixeerde schadevergoeding behoeft geen behandeling, aangezien [verzoekster] haar primaire verzoek tot vernietiging heeft gehandhaafd en dus niet de switch heeft gemaakt. Overigens is het ontslag op staande voet rechtsgeldig gegeven, zodat [verzoekster] geen aanspraak heeft op deze vergoedingen.
Geen recht op een transitievergoeding
4.17.
[verzoekster] vordert subsidiair, voor het geval het ontslag op staande voet niet wordt vernietigd, toekenning van een transitievergoeding. Omdat het handelen en nalaten van [verzoekster] moet worden aangemerkt als ernstig verwijtbaar heeft [verzoekster] daar geen recht op. [7]
Geen nietigheid van het verbod op nevenwerkzaamheden in de arbeidsovereenkomst
4.18.
[verzoekster] vordert ten slotte voor recht te verklaren dat het verbod op nevenwerkzaamheden in artikel 12 van Pro de arbeidsovereenkomst nietig is. Van een nietig beding is zoals hiervoor overwogen geen sprake. Dit leidt tot afwijzing van dit verzoek.
Proceskosten komen voor rekening van [verzoekster]
4.19.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoekster] , omdat zij overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoekster] . De proceskosten aan de zijde van Gourmet Trading worden begroot op € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beoordeling van het tegenverzoek

Op het voorwaardelijk ontbindingsverzoek hoeft niet te worden beslist
5.1.
Op het verzoek van Gourmet Trading om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, hoeft niet te worden beslist. De voorwaarde waaronder Gourmet Trading dat verzoek heeft gedaan, is namelijk niet vervuld. Hiervoor is immers beslist dat het ontslag op staande voet niet wordt vernietigd.
Gourmet Trading heeft geen belang bij afzonderlijke verklaring voor recht
5.2.
Hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Voor de afzonderlijk verzochte verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, heeft Gourmet Trading onvoldoende belang.
Gourmet Trading heeft recht op de gefixeerde schadevergoeding
5.3.
Het verzoek van Gourmet Trading om [verzoekster] te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding wordt toegewezen. Op grond van de wet is degene die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd, als de wederpartij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. [8]
5.4.
Hiervoor is geoordeeld dat Gourmet Trading de arbeidsovereenkomst geldig heeft opgezegd vanwege een dringende reden. Gourmet Trading heeft daarom recht op de gefixeerde schadevergoeding. Gourmet Trading heeft de vergoeding berekend op
€ 5.447,89. [verzoekster] heeft dat bedrag niet betwist. Gourmet Trading heeft een deel van dat bedrag verrekend met de eindafrekening. Het resterende bedrag van € 1.664,86 is toewijsbaar. De door Gourmet Trading verzochte wettelijke rente over dat bedrag vanaf het tijdstip van opeisbaarheid is toewijsbaar, zijnde vanaf de datum van het ontslag. [9]
De verzochte boete wordt afgewezen
5.5.
In de beoordeling van het verzoek ligt besloten dat [verzoekster] het verbod op nevenwerkzaamheden van artikel 12 van Pro de arbeidsovereenkomst heeft overtreden. De verzochte boete die [verzoekster] op grond van artikel 14 van Pro de arbeidsovereenkomst is verschuldigd voor onder andere overtreding van het verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden wordt echter afgewezen. Het is aan Gourmet Trading die zich op het boetebeding beroept te onderbouwen wanneer het verbod op nevenwerkzaamheden is geschonden. Gourmet Trading heeft daartoe aangevoerd dat de eerste overtreding dateert van 2 oktober 2024, de datum van inschrijving van de onderneming in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en dat [verzoekster] het verbod sindsdien heeft overtreden, zijnde 464 dagen waardoor de boete is opgelopen tot € 469.811,20. Met uitsluitend een inschrijving van de onderneming heeft [verzoekster] echter nog niet het verbod op nevenwerkzaamheden overtreden. Het gaat erom dat [verzoekster] feitelijk andere werkzaamheden dan voor Gourmet Trading heeft aanvaard of verricht. Gourmet Trading heeft niet toegelicht op welke dagen daarvan sprake was en heeft de boete daarom niet feitelijk onderbouwd. Ook tijdens de mondelinge behandeling, nadat Gourmet Trading daarvoor de gelegenheid heeft gekregen, heeft zij geen verdere invulling daaraan gegeven. Dit leidt tot afwijzing van dit verzoek.
Gourmet Trading heeft geen belang bij afzonderlijke verklaring voor recht
5.6.
Gourmet Trading heeft geen belang bij de afzonderlijke verzochte verklaring voor recht dat [verzoekster] het verbod op nevenactiviteiten van artikel 12 van Pro de arbeidsovereenkomst heeft overtreden. Ook dat verzoek van Gourmet Trading wordt afgewezen.
Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten
5.7.
De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat beide partijen op punten ongelijk krijgen.

6.De beslissing

De kantonrechter
op het verzoek
6.1.
wijst het verzoek af,
6.2.
veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoekster] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [10] ,
6.4.
wijst het meer of anders verzochte af,
op het tegenverzoek,
6.5.
veroordeelt [verzoekster] tot betaling van de gefixeerde vergoeding van € 1.664,86, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 9 januari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling,
6.6.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
6.7.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
6.8.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H. de Jong en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van 28 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:4731.
2.Artikel 7:677 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
3.Artikel 7:678 lid 1 BW Pro.
4.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:HR:2022:860 (Divi Phoenix).
5.Zoals weergegeven onder 2.7 van de feiten.
6.Artikel 7:653a lid 1 BW.
7.Artikel 7:673 lid 7 onderdeel Pro c BW.
8.Artikel 7:677 lid 2 jo Pro. lid 3 sub a BW.
9.Artikel 7:686a lid 1 BW.
10.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.