ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ2727
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingaftrek rente geldlening eigen woning tussen vader en zoon
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting 2008, waarin de Belastingdienst slechts een deel van de betaalde rente op een lening van zijn vader als aftrekbaar erkende. De leningsovereenkomst van € 80.000 met een rente van 8% werd door eiser en zijn vader gesloten en diende ter financiering van de eigen woning. De Belastingdienst stelde dat het een schijnlening betrof en dat de rente niet volledig aftrekbaar was.
De rechtbank stelde vast dat de overeenkomst zowel civielrechtelijk als fiscaalrechtelijk als geldlening moet worden beschouwd, mede omdat het bedrag daadwerkelijk is gebruikt voor de woning en de overeenkomst reëel is. De rechtbank verwierp het beroep op fraus legis en concludeerde dat de fiscale gevolgen niet in strijd zijn met de strekking van de belastingwet.
Ten aanzien van het rentepercentage oordeelde de rechtbank dat de 8% rente niet onzakelijk is, omdat er geen hypothecaire zekerheid is verstrekt en het rentepercentage vergelijkbaar is met persoonlijke leningen zonder zekerheid. De stelling dat de rente feitelijk lager is door schenkingen werd verworpen vanwege gebrek aan direct causaal verband.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde het belastbaar inkomen lager vast. Tevens werd de proceskostenvergoeding aan eiser toegekend. Er was geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn voor de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van € 19.741 inclusief volledige renteaftrek van € 4.800.