8.2Nu de recreatiewoning van eiser, naar het oordeel van de rechtbank, een woning is in de zin van de OZB, moet de aanslag OZB (gebruikersdeel) worden vernietigd en moet de aanslag OZB (eigenaarsdeel) worden verminderd tot een aanslag, berekend naar het tarief voor woningen. Tussen partijen is niet in geschil dat dit betekent dat die aanslag moet worden verminderd tot op een bedrag van € 286. De rechtbank zal zich hierbij aansluiten.
9. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.
10. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Het betreft de door eiser gemaakte reiskosten (op basis van tweede klasse openbaar vervoer) voor het verschijnen ter zitting op 10 juli 2014, zijnde € 10,32. Eiser heeft voorts verzocht om vergoeding van de kosten van door een derde verleende rechtsbijstand. Hiertoe heeft eiser een factuur overgelegd van [eiser] Holding B.V. Ter zitting heeft eiser desgevraagd verklaard dat deze BV de holding van eiser zelf is. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Wel acht de rechtbank het aannemelijk dat eiser verletkosten heeft gemaakt om de zitting van 10 juli 2014 bij te wonen. Deze kosten stelt de rechtbank, conform eisers verzoek, vast op 4 uren à € 75 is € 300. Van overige, voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de aanslag OZB (gebruikersdeel);
- vermindert de aanslag OZB (eigenaarsdeel)tot een bedrag van € 286;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 44 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 310,32.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van den Bosch, voorzitter, en mr. T. Tanghe en mr. A. Heidekamp, leden, in aanwezigheid van mr. H.J. Haanstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2015.
w.g. griffier
w.g. voorzitter