ECLI:NL:RBNNE:2016:3671
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op proceskostenvergoeding wegens onvoldoende zorgvuldigheid bij vaststelling WOZ-waarde in aardbevingsgebied
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning gelegen in het aardbevingsgebied, waarbij verweerder aanvankelijk een waarde van €390.000 vaststelde en na bezwaar verlaagde tot €375.000. Eiser voerde aan dat de waarde lager moest zijn vanwege het risico op zwaardere aardbevingen en de aanwezige aardbevingsschade. De rechtbank stelde vast dat de waarde bepaald moest worden naar de toestand op 1 januari 2014 en dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bij de vaststelling van de WOZ-waarde niet de normale zorgvuldigheid had betracht door niet vooraf bij eiser te informeren naar mogelijke aardbevingsschade die tot een lagere waarde zou kunnen leiden, ondanks het bestaande beleid hierover. Dit leidde tot een te hoge WOZ-waarde en vormde een aan verweerder te wijten onrechtmatigheid.
Gevolg was dat eiser recht had op vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase, waaronder kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand en taxatiekosten. Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten in de beroepsfase en het griffierecht. Het beroep tegen de WOZ-beschikking zelf werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt gehandhaafd, maar eiser krijgt proceskostenvergoeding wegens onvoldoende zorgvuldigheid bij vaststelling.