Op 24 november 2011 is de echtgenoot van de gedaagde ernstig aangereden op een zebrapad, met een hoge dwarslaesie en volledige beademingsbehoefte tot gevolg. Hij overleed op 8 maart 2012. Univé erkende volledige aansprakelijkheid. In een deelgeschil bepaalde de rechtbank Overijssel dat €125.000 smartengeld billijk is en veroordeelde Univé tot betaling.
Univé vorderde in de bodemprocedure verlaging van dit bedrag naar €25.000, stellende dat het korte lijden van het slachtoffer een sterke invloed op de smartengeldvergoeding moet hebben. De rechtbank oordeelde dat zij gebonden is aan de deelgeschilbeslissing op grond van art. 1019cc Rv, tenzij sprake is van een onjuiste feitelijke of juridische grondslag, wat niet is aangetoond.
De rechtbank verwierp de vordering van Univé en veroordeelde haar in de proceskosten. De bindende werking van de deelgeschilbeslissing werd bevestigd, waarbij rekening is gehouden met de aard, ernst en duur van het letsel en de rechtspraak omtrent smartengeld.