ECLI:NL:RBNNE:2018:1232
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke schorsing concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst wegens onbillijkheid
De werknemer, hoofd R&D bij Anker Stuy Verven B.V. (ASV), heeft zijn dienstverband opgezegd en wil per 1 maart 2018 in dienst treden bij Koninklijke Van Wijhe Verf B.V., een concurrent in de verfbranche. ASV vordert in kort geding dat de werknemer wordt verboden werkzaamheden te verrichten bij Van Wijhe op grond van een concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst. De werknemer vordert schorsing en matiging van het concurrentiebeding omdat dit onbillijk beperkend is.
De kantonrechter stelt vast dat ASV en Van Wijhe weliswaar concurreren, maar in verschillende marktsegmenten opereren: ASV richt zich op de TIFA markt (timmerfabrikanten), terwijl Van Wijhe zich richt op decoratieve verven en andere markten. De werknemer beschikt niet over specifieke vertrouwelijke informatie die een ongerechtvaardigde concurrentievoorsprong zou geven, mede omdat hij gebonden blijft aan een geheimhoudingsbeding.
De belangenafweging leidt tot de conclusie dat de werknemer door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld, mede door de ruime duur en reikwijdte van het beding. Daarom wordt het concurrentiebeding met onmiddellijke ingang gedeeltelijk geschorst: de werknemer mag per 1 maart 2018 in dienst treden bij Van Wijhe, met beperking tot activiteiten buiten de TIFA markt, en deze beperking geldt zes maanden. De procedurekosten worden aan ASV opgelegd.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt gedeeltelijk geschorst zodat werknemer per 1 maart 2018 in dienst mag treden bij Van Wijhe buiten de TIFA markt voor zes maanden.