Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 april 2018 in de zaak tussen
[eiseres] te [plaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Emmen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
"1. Het onderzoek
Voor de aangiften omzetbelasting van 1 januari 2012 tot en met 28 februari 2014 heb ik:
"Beoordeling van de boete
"vanaf heden hij de zaken gaat behandelen". Verder is volgens eiseres op 6 april 2016 namens verweerder ook schriftelijk bevestigd dat de uitspraak op bezwaar aan de huidige gemachtigde van eiseres is verzonden (zie 1.10). De uitspraak op bezwaar bleek echter gericht aan [oude naam accountantskantoor] , de voormalig gemachtigde van eiseres, welk kantoor sinds 19 november 2015 de naam [accountantskantoor] draagt (zie 1.9). Zowel de gemachtigde van eiseres als [oude naam accountantskantoor] hebben (de motivering van) de uitspraak op bezwaar niet ontvangen, aldus eiseres. Eiseres heeft dan ook pas op 6 april 2016 kennis kunnen nemen van (de print screen van) de uitspraak op bezwaar.
"het weleens kan gebeuren dat een schrijven kwijt kan raken door een naamswijziging binnen de organisatie van de belastingdienst", maakt het voorgaande evenmin anders. Deze verklaring - los van de vraag of deze aan de heer [naam] kan worden toegeschreven - zegt immers niets over de ontvangst van de uitspraak op bezwaar door [oude naam accountantskantoor] .
"niet achter de brievenbus van eiseres te liggen"en
"niet meer te kunnen zeggen dan hij ter zake de verzending van de uitspraak op bezwaar heeft gesteld."Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder er met deze verklaringen niet in geslaagd te bewijzen dat (de gemachtigde van) eiseres de uitspraak op bezwaar eerder dan 6 april 2014 heeft ontvangen. Eiseres is dan ook ontvankelijk in haar beroep gericht tegen de uitspraak op bezwaar inzake de boetebeschikking. In dat kader overweegt de rechtbank het volgende.
" [telefoonverkoper] facturen uitreiken te veel gedoe vond".
€ 5.957-/-
€ 23.826