ECLI:NL:CRVB:2017:3365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending inlichtingenplicht bij kentekenregistraties
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd geconfronteerd met intrekking en terugvordering van bijstand over diverse maanden vanwege niet-gemelde kentekenmutaties van auto's op zijn naam. Uit RDW-gegevens bleek dat appellant herhaaldelijk betrokken was bij snelle tenaamstellingen van voertuigen, wat wijst op handelstransacties. Het college legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank mat de boete, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde dit deel van het vonnis en stelde de boete opnieuw vast, rekening houdend met normale verwijtbaarheid en de draagkracht van appellant. De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door niet te melden dat voertuigen slechts kort op zijn naam stonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad mat de boete tot €1.330,18, gebaseerd op 10% van de bijstandsnorm over twaalf maanden, passend bij het inkomen op bijstandsniveau van appellant. Verder werd het college veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht worden vergoed.
Uitkomst: De boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt gematigd tot €1.330,18 en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.