ECLI:NL:RBNNE:2021:1185
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak minderjarige verdachte aanranding en ontucht wegens onvoldoende overtuiging
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 8 april 2021 de zaak tegen een minderjarige verdachte die werd beschuldigd van aanranding en het plegen van ontucht met een minderjarige. De tenlastelegging betrof het betasten van de borst en/of billen van het slachtoffer op of omstreeks 17 oktober 2019 in Sneek.
De officier van justitie vorderde vrijspraak en ook de verdediging pleitte voor vrijspraak. De rechtbank benadrukte dat in zedenzaken verklaringen van slachtoffer en verdachte vaak lijnrecht tegenover elkaar staan en dat bewijs niet uitsluitend op de verklaring van één getuige of slachtoffer mag worden gebaseerd, conform artikel 342 Sv Pro. Er moest daarom voldoende steunbewijs zijn voor de aangifte.
Hoewel het slachtoffer consistent en uitgebreid verklaarde en steunbewijs werd geleverd door getuigen die de emotionele toestand van het slachtoffer bevestigden, ontkende de verdachte stellig en ontbrak elk bewijs dat hij zich daadwerkelijk in de nabijheid van het slachtoffer bevond. Er waren geen getuigen die het contact bevestigden en ook telefonische gegevens gaven geen aanwijzingen.
De rechtbank concludeerde dat ondanks het steunbewijs de overtuiging ontbrak dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Daarom werd verdachte vrijgesproken van zowel de primaire als subsidiaire tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuiging ondanks steunbewijs voor aangifte.