Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [vestigingsplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Doetinchem, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Betreft: Uitnodiging horen 16 april 2019
“Hoorgesprek 16 april 2019
Vooraf
Samenvatting hoorgesprek:
niettot de op de zaak betrekking hebbende stukken. Stukken welke in beheer zijn van een derde, maar door verweerder direct raadpleegbaar zijn, kunnen
welop de zaak betrekking hebbende stukken zijn. [3]
nietop de zaak betrekking hebbende stukken.
geenaanleiding om de redelijke termijn te verlengen. Uit de dossierstukken volgt niet dat het organiseren van een hoorgesprek bemoeilijkt is door de beschikbaarheid van de gemachtigde van eiser. Ook de weigering van gemachtigde kan in dit geval geen aanleiding zijn voor verlenging van de redelijke termijn. Het bezwaarschrift tegen de voldoening op aangifte op 25 juli 2018 (het eerst aangewende rechtsmiddel) is op 21 augustus 2018 door verweerder ontvangen. De weigering is pas ingegaan op 1 mei 2019. Het bezwaar was toen al circa 8 maanden in behandeling bij verweerder.
geensprake van samenhang tussen de drie bezwaarprocedures tegen de verschillende voldoeningen. Gelet hierop stelt de rechtbank de proceskostenvergoeding voor de bezwaarprocedures op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.590 (3 maal 1 punt voor het indienen van de bezwaarschriften en 1 punt voor de hoorzitting met een waarde per punt van € 265, met een wegingsfactor 1).
welsprake van samenhang tussen alle zaken waar deze uitspraak op ziet. De rechtbank overweegt daartoe dat alle zaken op één zitting zijn behandeld, de rechtsbijstand in alle zaken door dezelfde persoon is verleend, en dat de werkzaamheden van de rechtsbijstandverlener in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn. Ten aanzien van de identieke werkzaamheden wijst de rechtbank er op dat de door eiser aangevoerde beroepsgronden in alle zaken hetzelfde zijn. Gelet hierop stelt de rechtbank de proceskostenvergoeding voor de beroepsfase op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.068 (2 punten voor de beroepschriften en de zitting, met een waarde per punt van € 534, en een wegingsfactor 1).
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- draagt verweerder op binnen 6 weken nadat deze uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.000;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van totaal € 522 (3 maal € 174) aan eiser te vergoeden en
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.658.