Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Doetinchem, verweerder
de Minister voor Rechtsbescherming, de Minister.
Procesverloop
Overwegingen
U hebt aangegeven dat u wenst te worden gehoord naar aanleiding van de vooraankondiging van de uitspraak op uw bezwaarschrift (en).
Nu vast staat - niet voor enige twijfel mogelijk - dat uw dienst beschikt over de Nederlandse kentekens, wil ik vanaf heden voor elk voertuig - nu u wettelijk verplicht bent inzage te verstrekken voor alle op het geschil van belang zijnde gegevens - de Nederlandse kentekens in ELK dossier hebben. Dat geldt ook voor de rechtbankdossiers overigens!
heden ontving ik uw uitspraak op bezwaar inzake [naam 2] BV, met dagtekening van 18 april 2019, uw kenmerken [kenmerk] e.v. (7 voertuigen).
Vorige week heb ik u verzocht mij wat te laten weten over de toevoeging van alle kentekengegevens aan de afzonderlijke dossiers en mij te berichten wanneer die dossiers compleet zijn, waarna inzagerecht kan plaats vinden, aansluitend gevolgd door een hoorgesprek.
Betreft: hoorgesprekken, uw e-mails van 18 en 23 april 2019
ik heb uw schrijven d.d. met kenmerk hoorgesprekken in goede orde ontvangen. U stelt te volharden in uw weigering om ex. artikel 7:4, lid 3 Awb de gegevens te overleggen die op de zaak betrekking hebben. Daarmee voldoet u niet aan de wettelijke vereisten om voorafgaande aan een hoorgesprek alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te geven. U moet het recht juist toepassen.
nietexpliciet dat eiseres afziet van haar recht om gehoord te worden. Wel volgt uit de e-mails dat gemachtigde van eiseres steeds expliciet dan wel impliciet aangeeft in elk lopend bezwaar – dus ook die van eiseres –
welgehoord te willen worden. Gelet daarop is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van afzien van het recht om gehoord te worden.
- gemachtigde van eiseres dient zeer veel bezwaarschriften in waardoor het plannen van een hoorgesprek vaak moeizaam is;
- de weigering van de gemachtigde van eiseres voor een half jaar per 1 mei 2019 en
- tussen de ontvangst van de bezwaarschriften en de vooraankondiging van de uitspraken op die bezwaren zit doorgaans niet veel tijd.
geenaanleiding om de redelijke termijn te verlengen. Uit de dossierstukken volgt niet dat het organiseren van een hoorgesprek bemoeilijkt is door de beschikbaarheid van de gemachtigde van eiseres. Ook de weigering van gemachtigde kan in dit geval geen aanleiding zijn voor verlenging van de redelijke termijn. Het bezwaarschrift tegen de aangifte voor maart 2018 (het eerst aangewende rechtsmiddel) is op 28 mei 2018 door verweerder ontvangen. De weigering is pas ingegaan op 1 mei 2019. Het bezwaar was toen al bijna een jaar in behandeling bij verweerder. Voorts heeft de vooraankondiging van de uitspraak op bezwaar ten aanzien van de maandaangifte over maart 2018 dagtekening 30 oktober 2018 zodat sprake is van een tijdsverloop van ruim vijf maanden tussen de ontvangst van het bezwaarschrift en de brief met de vooraankondiging van de uitspraak op bezwaar.
geensprake van samenhang tussen de zes bezwaarprocedures tegen de verschillende maandaangifte. De rechtbank zal daarom voor elk bezwaarschrift een punt toekennen. Gelet hierop stelt de rechtbank de proceskostenvergoeding voor de bezwaarprocedures op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.590 (6 maal 1 punt voor het indienen van de bezwaarschriften met een waarde per punt van € 265 met een wegingsfactor 1).
welsprake van samenhang tussen alle zaken waar deze uitspraak op ziet. De rechtbank overweegt daartoe dat alle zaken op één zitting zijn behandeld, de rechtsbijstand in alle zaken door dezelfde persoon is verleend, en dat de werkzaamheden van de rechtsbijstandverlener in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn. Ten aanzien van de identieke werkzaamheden wijst de rechtbank er op dat de door eiseres aangevoerde beroepsgronden in alle zaken hetzelfde zijn. Gelet hierop stelt de rechtbank de proceskostenvergoeding voor de beroepsfase op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.602 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 534 en een wegingsfactor 1,5 vanwege het aantal samenhangende zaken).
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- draagt verweerder op binnen 6 weken nadat deze uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen een nieuw besluit te nemen op de bezwaren met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 900;
- veroordeelt de Minister tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 100;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van totaal € 2.070 aan eiseres te vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan tot aan de dag van voldoening;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 3.192.