Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 17 juni 2021 in de zaken tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Utrecht, verweerder
de Minister voor Rechtsbescherming, de Minister.
Procesverloop
Overwegingen
Verdachte [eiser] is de eigenaar van de eenmanszaak [EZ] . [EZ] heeft als vestigingsadres [adres] . Als bedrijfsactiviteit staat bij de Kamer van Koophandel geregistreerd:
systeem is een einddatum opgenomen betreffende [Q] . Hieruit komt naar voren dat het [buitenlands(e)] btw-nummer van [Q] . per 31-12-2011 is
Our taxpayer was a missing trader and this is the reason for which we deregister
The Director of the company is [R]
VAT of [EU 4] did not had any losses from [Q]
- Niet is aangetroffen op de genoemde adressen.
- Brieven zijn geretourneerd met de vermelding “vertrokken”.
- Ook per e-mail het niet is gelukt contact te krijgen met de onderneming.
- In augustus 2010 als aandeelhouder en directeur heeft [V] Hij is de enige werknemer. [V] is ook aandeelhouder en directeur van de “ploffer” [NN] ”.
- De vorige aandeelhouder heeft medegedeeld dat hij was benaderd door [V] om een LT vennootschap te kopen met een geldig VAT nummer en weinig schulden. De aandelenoverdracht vond op [datum] 2010 plaats. Al de stukken van de LT vennootschap zijn aan [V] overgedragen.
- Uit onderzoek is gebleken dat [V] op 18 augustus 2010 weer uit [EU 5] is vertrokken.
- De vorige aandeelhouder deelde tevens mede dat [V] later contact met hem op nam en vroeg of hij een vennootschap in [EU 2] te koop had.Hier heeft hij negatief op gereageerd. (Hierbij wordt opgemerkt dat [V] later in beeld komt als de bestuurder van de [buitenlands(e)] vennootschap [M] ).
- Over de periode aug — sept 2010 heeft [M] ” blanco BTW aangiften teruggestuurd. Op 19 januari 2011 is de onderneming uitgeschreven omdat geen bedrijfsactiviteit is geconstateerd. Er is geen betalingsverkeer op de rekeningen van [M] LT.
- De [buitenlands(e)] Belastingdienst concludeert dat [M] ” geen echte bedrijfsactiviteit in [EU 5] heeft ontplooid en dat de vennootschap werd gebruikt om belasting te ontduiken binnen of buiten [EU 5] .
- Verdachte [eiser] weet dat hij betrokken is bij BTW-carrouselfraude;
- Deze bedrijven in het buitenland bekend staan als ploffer en/of betrokkenheid bij
Bij verschillende ondernemingen telkens dezelfde personen betrokken zijn,
Het [buitenlands(e)] bedrijf [M] in de fraude ook naar voren komt als
[W] een vennootschap betreft dat verdachte [eiser] vaker
Geldstromen via de betalingsplatforms gaan waarbij verdachte [eiser]
In dit proces-verbaal zijn de bevindingen weergegeven betreffende het gebruik van verhullende Skype-communicatie tussen ondernemingen/personen die vermoedelijk betrokken zijn bij btw-carrouselfraude.
I am expecting the following stock from my supplier who is:
Hierbij deel ik u mede dat ik van plan ben naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2010 tot en met 2015 op te leggen. Eerst zal ik hierna de aanleiding tot het opleggen van de naheffingsaanslagen omzetbelasting vermelden.
Aanleiding
Door de FIOD Almelo is een strafrechtelijk onderzoek naar btw-carrouselfraude ingesteld. De heer [eiser] komt in dit onderzoek voor. [eiser] handelt onder de handelsnaam “ [EZ] ” in telefoons en diverse computercomponenten.
Intra Communautaire Verwervingen
- [FF] ;
- [GG] ;
- [HH] ;
- [II] ;
- [JJ] ;
- [KK] ;
- [LL] ;
- [MM] ; en
- [NN] .
Op 13 mei 2015 heb ik u schriftelijk medegedeeld dat ik het voornemen had om naheffingsaanslagen omzetbelasting op te leggen. Ik heb u daarbij in de gelegenheid gesteld om te reageren op mijn voornemen.
4.4.3 Ten aanzien van feit 5
Het onderzoek geeft geen aanleiding tot correcties op de ingediende aangifte omzetbelasting.”
Op pagina 14 van het verweerschrift leest de rechtbank in onderdeel 7.6 het volgende:
De deels geanonimiseerde stukken zijn op de zaak betrekking hebbende stukken.
;
Ten aanzien van deze stukken doe ik een beroep op artikel 8:29 Algemene Pro wet bestuursrecht. Ik heb echter besloten om de stukken niet aan te bieden aan de geheimhoudingskamer om de volgende redenen:
De Belastingdienst werkte voorheen met de “negatieve norm” als uitworpreden. Om (controle)strategische redenen is het bedrag zwart gemaakt. Voor het beslechten van het geschil is het bedrag van de “negatieve norm” niet van belang.
Uit de stukken in bijlage XIV blijkt dat o.a. namen van betrokken afnemers en/of leveranciers zijn geanonimiseerd. De reden hiervoor is mij onbekend. Ik heb deze stukken in deze vorm ontvangen en kan deze daarom niet integraal verstrekken.”
Ik accepteer de mogelijke gevolgen die uw rechtbank op grond van artikel 8:31 Algemene Pro wet bestuursrecht hieraan verbindt.”
a. de afnemer aantoont de verwerving te hebben verricht met het oog op een daaropvolgende levering binnen het grondgebied van de overeenkomstig het eerste lid bepaalde lidstaat, waarvoor degene voor wie deze levering bestemd is, overeenkomstig artikel 197 van Pro BTW-richtlijn 2006 is aangewezen als de tot voldoening van de belasting gehouden persoon; en
b. de afnemer heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 37a van de Wet OB.
elk (aangifte)tijdvakafzonderlijk tot het oordeel komen dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat in dat tijdvak een bedrag aan omzetbelasting ten onrechte niet is aangegeven en dat het over dat tijdvak niet aangegeven bedrag telkens absoluut en relatief aanzienlijk is. [3]
totalenummerverwervingen per tijdvak. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat verweerder voor de jaren 2010, 2011, 2013 en 2014 ten aanzien van 'slechts' 76 van de 91 transacties volgens de normale regels van bewijslast aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is geweest van nummerverwervingen. Verweerder heeft niet concreet aangegeven hoe de uitsplitsing van die 76 nummerverwervingen over de afzonderlijke aangiftetijdvakken eruit ziet. Dat is wel nodig om te kunnen bepalen in welke tijdvakken er absoluut en relatief aanzienlijk te weinig is geheven. Daarna moet ook nog worden bepaald in welke tijdvakken de niet-aannemelijk gemaakte 15 transacties precies vallen (alleen voor zover de tijdvakken overeenkomen, kan de omkering toepassing vinden).
1) wanneer de belastingplichtige zelf belastingfraude pleegt; of
2) wanneer de belastingplichtige wist of had moeten weten dat hij deelnam aan een handeling die deel uitmaakte van btwfraude. [5]
ii) in welke schakel(s) van die keten btw-fraude werd gepleegd en wat die btw-fraude inhield; en
iii) dat belanghebbende wist of had behoren te weten dat de in geding zijnde transacties deel uitmaakten van een keten van transacties waarin btw-fraude werd gepleegd. De bewijslast terzake rust op verweerder. [7]
alleactiviteiten van eiser ( [EZ] ) in de onderhavige jaren onderdeel waren van een btw-fraudeketen waar eiser wetenschap van had (zie ook de overwegingen van de rechtbank die zien op de correctie van het 0 %-tarief, hierna onder 4.1. en verder). Uit het strafvonnis volgt verder dat de rechtbank Overijssel eiser heeft veroordeeld wegens valsheid in geschrift, deelname aan een criminele organisatie en het medeplegen van gewoontewitwassen. Ook uit de bewezenverklaringen uit dat strafvonnis kan niet worden afgeleid dat eiser ( [EZ] ) zich in de onderhavige jaren
louterbezig heeft gehouden met activiteiten die onderdeel waren van een btw-fraudeketen waar eiser wetenschap van had. Alleen dan zou de door verweerder voorgestane volledige weigering van de vooraftrek stand kunnen houden.
alleactiviteiten van [EZ] frauduleus zijn geweest. In het licht van het subsidiaire standpunt zoals verweerder dat heeft geformuleerd, moet de rechtbank dus vaststellen dat in alle tijdvakken waarin de 'overige' 16 transacties vallen, [EZ] niets anders heeft gedaan dan onderdeel zijn van een fraudeketen.
2010.(bedragen in euro’s)
2011.(bedragen in euro’s)
2014.(bedragen in euro’s)
2015.(bedragen in euro’s)
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag OB voor het tijdvak 2010 tot een bedrag van € 799.609 en vermindert de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig;
- vermindert de naheffingsaanslag OB voor het tijdvak 2011 tot een bedrag van € 1.655.010 en vermindert de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig;
- vernietigt de naheffingsaanslag OB voor het tijdvak 2013 en de bijhorende beschikking belastingrente;
- vermindert de naheffingsaanslag OB voor het tijdvak 2014 tot een bedrag van € 415.909 en vermindert de beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- vermindert de naheffingsaanslag OB voor het tijdvak 2015 tot een bedrag van € 27.027;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt de Minister tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 2.500;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van in totaal € 840 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van in totaal € 4.196,25 (per zaak € 839,25), waarvan € 596,25 aan eiser en € 3.600 aan de gemachtigde van eiser moet worden betaald.