ECLI:NL:RBNNE:2021:2780
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Belastingrente navorderingsaanslagen IB/PVV 2012-2014 verminderd wegens niet gelijktijdige aanslagvaststelling fiscale partners
Eiseres en haar partner dienden gezamenlijk de aangifte IB/PVV 2015 in, waarna de Belastingdienst de aanslagen en verliesverrekeningen voor de jaren 2012, 2013 en 2014 afzonderlijk vaststelde. Dit leidde tot automatische uitbetaling van heffingskortingen aan eiseres, die later moest worden teruggevorderd met belastingrente nadat de aanslag van haar partner was vastgesteld.
Eiseres voerde aan dat het niet gelijktijdig vaststellen van de aanslagen onzorgvuldig was en in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, en dat de belastingrente onterecht werd geheven. De Belastingdienst stelde dat gelijktijdige vaststelling niet verplicht is en dat de wettelijke bepalingen geen ruimte bieden voor matiging van belastingrente.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst onzorgvuldig handelde door de aanslagen niet gelijktijdig te beoordelen, waardoor onnodige belastingrente ontstond. Hoewel geen wettelijke verplichting bestaat voor gelijktijdige vaststelling, brengt het evenredigheidsbeginsel mee dat de belangen van eiseres bij de keuze van de Belastingdienst moeten worden betrokken.
De rechtbank matigde daarom de belastingrente over de navorderingsaanslagen 2012, 2013 en 2014 en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van griffierechten en proceskosten. De uitspraak vervangt de eerdere uitspraken op bezwaar en kan binnen zes weken in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: De belastingrente bij de navorderingsaanslagen IB/PVV 2012-2014 wordt verminderd wegens onzorgvuldige niet gelijktijdige vaststelling van aanslagen fiscale partners.