Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten van de moeder, de ambtenaar en de RvdK
5.De beoordeling
6.Beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
De moeder van een minderjarige die zich identificeert als genderfluïde verzocht de rechtbank om de geboorteakte te verbeteren door het geslacht te wijzigen naar een neutrale aanduiding en de voornaam aan te passen. De rechtbank overwoog dat de huidige wettelijke regeling geen ruimte biedt voor een geslachtsaanduiding anders dan mannelijk of vrouwelijk, en dat het individuele belang van de minderjarige niet zwaarder weegt dan het algemeen belang bij handhaving van de wettelijke regeling.
De rechtbank verwees naar de Hoge Raad-uitspraak van 30 maart 2007 en het artikel 8 EVRM Pro, waarin is bepaald dat er geen positieve verplichting is voor de staat om een neutrale geslachtsaanduiding toe te staan. Hoewel recente jurisprudentie van andere rechtbanken een trend laat zien naar maatschappelijke en juridische erkenning van genderneutrale identiteiten, heeft de Nederlandse wetgever bewust gekozen om nog geen wetgeving op dit punt te maken.
De rechtbank wees het verzoek tot wijziging van het geslacht in de geboorteakte daarom af, maar erkende het zwaarwegende belang van de minderjarige bij een voornaamswijziging en kende deze toe. De beschikking is gegeven door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 7 juli 2021.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging van het geslacht in de geboorteakte afgewezen, voornaamswijziging toegewezen.