Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 27 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
“Nederlandse wetgeving van toepassing
U bent van 6 februari 2016 tot en met heden in dienst van [naam werkgever 2] . Voor de periode van 1 mei 2014 tot en met 30 april 2016 en van 1 september 2018 tot en met heden heeft u een geldige A1-verklaring uit Liechtenstein. Om deze reden kunnen wij geen A1-verklaring afgeven over de periode van 6 februari 2016 tot en met 30 april 2016 en van 1 september 2018 tot en met heden. U bent gedurende de periode 1 mei 2016 tot en met 31 augustus 2018 onderworpen aan de Nederlandse wetgeving.
Waarom de Nederlandse wetgeving van toepassing is
[naam werkgever 2] is gevestigd in Liechtenstein. Omdat Liechtenstein vóór 1 september 2018 geen partij was bij de artikel 16-overeenkomst op grond van de Verordening EG nr. 883/2004 welke is afgesloten voor Rijnvarenden, past de SVB eerst titel II van de Verordening EG nr. 883/2004 toe.
“1. Afwijking(en) per onderdeel van de aangifte
Bijzondere situaties en te verrekenen voorheffingen
Door het zusterorgaan in Liechtenstein is voor de heer [eiser] een A1 verklaring afgegeven over de periode van 1 mei 2014 tot en met 30 april 2016 voor werkzaamheden bij [naam werkgever 3] te Liechtenstein.
- Eiser heeft in de aanslagregelende fase nergens op gereageerd en de gevraagde informatie niet verstrekt.
- Eiser is in zowel de aanslagregelende fase als de bezwaarfase verzocht om een eventuele A1-verklaring te verstrekken. Dit heeft eiser blijkbaar bewust niet gedaan. Gemachtigde van eiser was immers op de hoogte van het bestaan van de Nederlandse A1-verklaring. Hij heeft namens eiser tegen deze beslissing bezwaar ingediend bij de SVB. Ook heeft eiser nagelaten melding te maken van het bestaan van de A1-verklaringen.
- De aanslagregelend ambtenaar heeft na eigen onderzoek kennis genomen van het bestaan van de Nederlandse A1-verklaring.
- De Liechtensteinse A1-verklaring is op initiatief van verweerder opgevraagd bij de SVB.
- Eiser heeft nagelaten bij de Liechtensteinse autoriteiten te melden dat zijn werkzaamheden voor [naam werkgever 3] blijkbaar in 2015 zijn geëindigd, zodat de Liechtensteinse A1-verklaring had kunnen worden herzien.