Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2021 in de zaak tussen
[eiseres], te Groningen, eiseres
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Motivering
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres, een Bulgaarse EU-burger en voltijdstudent, had een aanvullende beurs aangevraagd voor studiefinanciering. Verweerder wees dit af omdat eiseres niet voldeed aan de nationaliteitseis en niet voldoende bewijs leverde dat zij migrerend werknemer was. De rechtbank beoordeelde dat eiseres in augustus 2020 daadwerkelijk en reëel arbeid heeft verricht bij Start People Welzijn B.V. en de Hanzehogeschool Groningen, gebaseerd op gewerkte en uitbetaalde uren.
De rechtbank stelde vast dat verweerder het begrip 'werknemer' in strijd met het Unierecht beperkt had uitgelegd door reeds vóór het studiefinancieringstijdvak 2021 een afwijzing te handhaven, terwijl de beoordeling van werknemerschap pas na afloop van het tijdvak kan plaatsvinden. Hierdoor werd het primaire besluit van 15 oktober 2020 vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Verder oordeelde de rechtbank dat eiseres recht heeft op een aanvullende beurs voor augustus 2020, omdat zij het 56-urencijfer uit de beleidsregel haalde. Verweerder had dit moeten erkennen en het primaire besluit van 8 september 2020 herroepen. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak benadrukt dat het begrip 'werknemer' een communautaire inhoud heeft en niet beperkt mag worden uitgelegd, waarbij de nationale rechter de feitelijke beoordeling moet verrichten op basis van objectieve criteria en alle relevante omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en eiseres krijgt recht op studiefinanciering voor augustus 2020; voor 2021 moet een nieuw besluit worden genomen.