Eiser, een EU-burger en student aan de Universiteit Twente, diende aanvragen in voor studiefinanciering over 2021 en 2022. De minister van Onderwijs wees de aanvraag voor 2022 aanvankelijk af wegens het ontbreken van loonspecificaties en twijfels over het migrerend werknemerschap, mede vanwege een nul-urencontract. Na bezwaar werd studiefinanciering voor 2022 alsnog toegekend, maar eiser bleef het oneens met de wijze van besluitvorming en startte beroep.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte een afwijzende beslissing nam voordat het te beoordelen tijdvak van 2022 was aangevangen. De rechtbank stelt dat het nul-urencontract onvoldoende reden is om migrerend werknemerschap vooraf te ontzeggen, zeker omdat eiser voor eerdere maanden wel als migrerend werknemer werd erkend. De beleidsregel schrijft een achteraf controle voor, niet voorafgaande afwijzing.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond, vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voor de periode januari tot en met december 2022. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.